Skip to main content

Full text of "burgers maken hun buurt"

See other formats


Burgers maken hun buurt 




_PLATF0RM3L 



ISBN: 9789077389997 

NUR: 740 

Uitgave: Platform3i 

Auteurs: Prof. Dr. S.A.H. Denters (Bas), UniversiteitTwente; Prof. Dr. E.H. Tonkens (Evelien), L 
Dr. I.Verhoeven (Imrat), Universiteit van Amsterdam, Drs.J.H.M. Bakker; UniversiteitTwente. 

Tekst- en eindredactie: Marjolein Rotteveel en Lydia Sterrenberg. 



Fotografie: p.24 Philip Gortemaker, p.34Gemeente Hengelo, p.6en p.18 ImratVerhoeven. 
Overige foto's: Stichting museum en buurtkamerVelve-Lindenhof. 



Opmaak: az 



Dml<werk:digital4 



Oplage: 300 



Januari 2013 



urgers maken nun buurt 



Bas Denters 

Evelien Tonkens 

ImratVerhoeven 

Judith Bakker 



_PLATF0RM31_ 



!■ 



Inhoudsopgave 



Inleiding 

1. Bewonersinitiatieven in velevormen 

Het beeld van Amsterdamse bewonersinitiatieven 

Casus Buurtmuseum en buurtkamerVelve-Lindenhof, Enschede 

Casus Straatnamen project G root Driene, Hengelo 

Casus De projectgroep Singelparkvan Stadslab, Leiden 

2. Wie nemen er initiatief en waarom? 

Initiatiefnemers vergeleken 

Socialeen doelgerichte motieven 

Zijn initiatiefnemers wel representatief? 

3. Ondersteuning in rood, wit en blauw 

Rood: de stimulerende benadering 
Blauw: de faciliterende benadering 
Wit: coproductie 
Ondersteuners in ACTIE 

4. ACTIE voor professionals 

Voorwie? 

Waartoe? 

Animo 

Contacten 

Toe rusting 

Inbedding 

Empathie 

5. ACTIE voor beleidsmakers, managers en bestuurders 

Voorwie? 

Animo 

Contacten 

Toe rusting 

Inbedding 

Empathie 



11 
11 

12 
13 
15 

19 
19 
20 
21 

25 
25 
28 

30 
32 

35 
35 
35 
36 
37 
39 
40 

42 

43 
43 
46 

47 
50 
52 
54 



1 












1 V r 


















M *^ 


fl 1 




\ j} 








|fc. 



i 



HT 


s* 


v 

-^^ ^ / ^ 


i ^^ 


i ■ ' / 


1 





1 Vfl 




Inleiding 



Samen een plantsoen opknappen, een moestuin aanleggen, huiswerkbegeleiding bieden of een plan 
maken om de verkeersveiligheid rond de school te vergroten. In talloze steden en dorpen vindt men zulke 
'bewonersinitiatieven', of 'burgerinitiatieven'. 1 Deze initiatieven staan de afgelopen jaren sterk in de 
belangstellingvan overheden, woningcorporaties, welzijnsinstellingen en socialefondsen. Zij proberen in 
tespelen op het initiatiefvan onderop door deze metadviesof praktische hulpte steunen. Waarbewoners 
uitzichzelf nog nietzo actiefzijn proberen instanties bovendien initiatieven te bevorderen door budget- 
ten beschikbaarte stellen waar bewoners een beroep op kunnen doen en door intensievere professionele 
ondersteuningte bieden. 

Bewonersinitiatieven, wat zijn dat? 

Bewonersinitiatieven zijn collectieve activiteiten van burgers die zich richten op het verbeteren van 
de kwaliteitvan de buurtop hetgebied van leefbaarheid en veiligheid. Bewoners bepalen zelfwat 
zewillen, hoezedatwillen bereiken en wanneerze dat doen. Gemeenten en instellingen hebben 
daarbij een stimulerende, faciliterendeofeen coproducerende rol. 

De interessevan instanties voor bewonersinitiatieven past binnen een bredere herij king van deverzor- 
gingsstaat. De overheid geldt al lang niet meeralsde verzorgervan de wiegtot hetgrafdie eigenhandig 
de belangrijke maatschappelijkevraagstukken opdientte lossen. Sindsde kabinetten Balkenendeechter 
is de bal bij de burger gelegd 2 : burgers en hun onderlinge banden en organisaties gelden als nieuwe 
aangrijpingspunten voor deaanpak van problemen op talloze terreinen, van informelezorg, integratie, 
werkloosheid, gezondheid tot en met klimaat en veiligheid. Onderde noemervan actief burgerschap 
vraagt de overheid van mensen om zich als actief en verantwoordelijk burgertegedragen in plaatsvan als 
klagende kiezerofalsveeleisende klant. 

Actief burgerschap, in devorm van bewonersinitiatieven, ontstaatvaak in nauwe contacten tussen bewo- 
ners en professionals. De professionals proberen zich daarbij bescheiden op te stellen. 3 Burgers staan 
immerscentraal. De betrokkenheid van burgers moet nietworden ingevuld maaraangevuld. Instanties 
moeten zich dienend in plaatsvan dominant gedragen. Deze bescheidenheid wordt uitgedrukt in pro- 
gramma's en slogans als 'Het is jouw buurt, wat ga je doen', 'Het is jouwwijk, dus jij mag het zeggen', 
'Wijkaanpakdoe(t) eriets mee!', 'Buurt in Actie', 'Burgers aan Zet' of 'Burgerkracht'. 

Uiteerderonderzoel<4blijktdaternauwelijks bewonersinitiatieven zijn die niet op enig moment met 
instanties te maken krijgen, omdatze behoefte hebben aan informatie, kennisen advies, hetwegnemen 
van regels of procedures, omdatze een vergunning nodig hebben of financiele ondersteuning. En verder- 
gaande bemoeienis blijkt op enig moment dan ookvaakwenselijken dikwijlsonvermijdelijk. 



Wij zullen in dit boekje de term bewonersinitiatieven hanteren. 

E. Tonkens (2008) De bal bij de burger. Oratie Universiteitvan Amsterdam, Vossius pers Amsterdam. 

Zie M.J. Oude Vrielink & I. Verhoeven (2011) 'Burgerinitiatieven en de bescheiden overheid', themanummer Beleid en Maatschappij, 
vol. 38, no. 4. 

M. Hurenkamp, E. Tonkens &J.W. Duyvendak (2006) Wat burgers bezielt. Een onderzoek naar burgerinitiatieven, Amsterdam: Universi- 
teitvan Amsterdam/NICIS Kenniscentrum Grote Steden. 



Voorwie? 

Deze publicatie is in de eerste plaats bestemd voorwijkambtenaren, participatiemakelaars, buurt- 
regisseurs, opbouwwerkers, buurtbeheerders en andere professionals die initiatiefrijke buurtbe- 
wonerswillen stimuleren en ondersteunen in hun bijdragen aan leefbarewijken. Daarnaast biedt 
het instrument beleidsmakers, bestuurders en managers de mogelijkheid om op gestructureerde 
wijzesamen met uitvoerende professionals te beoordelen oferbeleid nodigis, hoedatvorm moet 
krijgen en welke obstakels er uit de weg moeten worden geruimd. 

Tegen dezeachtergrond is hetonderzoeksproject Burgers Maken Hun Buurt5 gestart, dattotdoel had 
handreikingen te bieden voorde praktijk. Naastditonderzoek lieptegelijkertijd een onderzoek naarbur- 
gerparticipatie in Amsterdam, datzich toespitste op de inzetvan wijkbudgetten in de Amsterdamse 
krachtwijken. a Wezullen in dit boekje regelmatig refereren aan d it onderzoek, omdat hetwat kwantita- 
tieve gegevens betrefteen aanvullingvormtop het meerkwalitatieve Burgers Maken Hun Buurtwaarvan 
we hierde resultaten presenteren. In dit onderzoek hebben wedrieverschillende langerlopende projecten 
gevolgd in drie steden, namelijk in Enschede, Hengelo en Leiden. We zaten aan tafel bij vergaderingen, 
interviewden betrokkenen en lazen allerlei documenten die relevantwaren voorde projecten. 
Op grand van allevergaarde gegevens hebben we hetACTIE-instrument 6 ontwikkeld. ACTIE staatvoor 
An i mo, Contact, Toerusting, In bedding en Em path ie. Dit instrument vormtde praktijkgerichte kern van 
dit boekje. Hetgeefteen antwoord op devraagwaar professionals, beleidsmakers en bestuurders op moe- 
ten letten bij het ondersteunen van bewonersinitiatieven. 

Bewonersinitiatieven zijn steeds weeranders en het is daarom van belangom initiatieven niettegemoette 
treden met een vooropgezet idee over hoe ondersteuningvorm moet worden gegeven. Het uitgangspunt 
van ACTIE is dan ookdat men perinitiatief-dusvan geval totgeval -devraag beantwoordtofen in welke 
mate ondersteuning per ACTIE-elementgewenst is. Bij de beantwoordingvan dievragen biedt ACTIE 
houvast. 

Dit boekje is als volgt ingedeeld: In hoofdstuk 1 schetsen we kort een beeld van bewonersinitiatieven. Wat 
voortypen initiatieven treffen we aan in Amsterdam, Hengelo, Enschede en Leiden? In hoofdstuk 2 richten 
weonzeaandachtopde initiatiefnemers. Wiezijn de initiatiefnemers? Wat motiveert hen? In welke mate 
beschikken ze over netwerken en hulpbronnen zoals geld, tijd ofvaardigheden? Bovendien gaan we in op 
devraag: in hoeverrezijn initiatiefnemers representatief voorde rest van de buurt, en wat is het belang 
van deze representativiteit? 

Hoofdstuk 3 behandelt het belangrijksteonderdeel van deze studie: de ondersteuning door professionals. 
Hoe gaan zij tewerk? Welke knelpunten ervaren zij? Wederom maken wegebruikvan ons onderzoek in 
Amsterdam, Hengelo, Enschede en Leiden. We onderscheiden drie verschillende benaderingen in de 
ondersteuningvan bewonersinitiatieven: stimuleren, faciliteren en coproduceren. 
Hetvierde hoofdstuk bevat handreikingen voorde praktijk van uitvoerende professionals in de vorm van 
hetACTIE-instrument. Hetgaat hierom een handreiking, die gebruikt kan worden bij dedagelijkse 
omgang met bewonersinitiatieven en de vraagstukken die zich daarbij voordoen. Achterin dit boekje 
bevindtzich een apart blad om uitte nemen dat in een oogopslaghet ACTIE-model duidelijk maakt. 



Burgers Maken Hun Buurt is een onderzoeks project van de UniversiteitTwenteen de Universiteitvan Amsterdam onderauspicien 
van Nicis Institute | Platform3i, waarbij in een consortium is samengewerkt met het Ministerievan BinnenlandseZaken en 
Koninkrijksrelatiesen degemeenten Enschede, Hengelo en Leiden. In dedriegemeenten is onderzoek gedaan naarde ondersteu- 
ningvan bewonersinitiatieven doorde gemeenten, woningcorporaties en welzijnsinstellingen. 
Het ACTIE-instrumentontwikkeld doorde auteurs van deze bundel en dient altijd metverwijzing naar hen te worden gebruikt. 



Hetvijfdeen laatste hoofdstukvan dit boekje richtzich op beleidsmakers, bestuurdersen managers. Wat 
vooreisen stellen bewonersinitiatieven aan beleid, regels, bestuuren organisatie? Wat isde rol van het 
col lege van burgemeesteren wethoudersen degemeenteraad? Watvoorimplicaties hebben bewoners- 
initiatieven voorde organisatie en gangbare werkwijzen en procedures? Ookvoor beleidsmakers en 
bestuurders passen we het ACTIE-instrument toe op de consequenties ervan voor beleid, bestuur, regelge- 
vingen werkwijzen. 





..*** 






1. Bewonersmitiatieven 
in vele vormen 



In dit hoofdstukvindt u een uitgebreide beschrijvingvan dedriecasussen diewij gevolgd hebben in het 
Burgers Maken hun Buurtonderzoek. In de rest van dit boekje komen weveelvuldigopdezedriegevallen 
terug. Maarwe beginnen met een beeld te schetsen van bewonersinitiatieven aan de hand van heteerder- 
genoemde onderzoek uit Amsterdam verricht doorTonkens en Verhoeven. 



Het beeld van Amsterdamse bewonersinitiatieven 

Dediversiteitvan bewonersinitiatieven is in de praktijkvrijwel onbeperkt. Dit beeld uiteerderlandelijk 
onderzoek? wo rdt Devest igd door ons onderzoek naarde inzetvan wijkbudgetten in de Amsterdamse 
krachtwijken. We komen bijvoorbeeld Turks-Amsterdamse vrouwen tegen die praatgroepen voorvrouwen 
organiseren. Vadersen moedersdieeen speeltuin opknappen. Een Marokkaans-Amsterdamsevrouwdie 
een huiswerkbegeleidingsklasorganiseertvoorkinderen met een taalachterstand. Wezien buurtfeesten, 
culturele manifestaties, geveltuinen, speeltoestellen, muurschilderingen, computerlessen, gezamenlijk 
museumbezoek, buurtkranten of buurttentoonstellingen en nogveel meer. 

Veel van deze Amsterdamse initiatieven richten zich op sociale, educatieveen culturele activiteiten voor 
en met andere bewoners. Vaak is het doel van de initiatieven om iets te doen aan sociale problemen zoals 
sociaal isolementen overlast. Fysieke ingrepen in de buurt komen in Amsterdam minder frequent voor 8 
dan in de rest van het land, waar initiatieven juistvaker het fysiek opknappen van de buurt beogen.9 Dit 
verschil heeft mogelijkte maken met de focus van het Amsterdamse onderzoek op probleemwijken. Het 
landelijke onderzoek richtte zich ookop kleinere steden en wijken met een minderomvangrijkeachter- 
standsproblematiek. Ditwijst op de mogelijke invloed van de context: in een grootstedelijke probleem- 
wijkspelen andere vraagstukken dan elders. Dat blijkt nogsterkeralsweook plattelandsgemeenten bij 
de beschouwing betrekken. In een grootstedelijke achterstandswijk is 'de boel bij elkaarte houden', zoals 
detoenmaligburgemeestervan Amsterdam Job Cohen hetooit uitdrukte, een belangrijkeopgave. In 
kleinere gemeenten, zekerop het platteland, is de sociale cohesie vaak beduidend groter. Dergelijke ver- 
schillen vertalen zich in deaard van de initiatieven die op deze uiteenlopende locatiesworden genomen. 
In Amsterdam vonden we veel kleinschalige initiatieven, met een beperktaantal initiatiefnemersen deel- 
nemers, beperkte budgetten en korte looptijd. Vaakzijn er minder dan vijf initiatiefnemers en maximaal 
tien deelnemers. Driekwart van de initiatieven werkt met een budget van minderdan vijfduizend euro. 10 
Tweederdevan de initiatieven duurt korterdan zes maanden. 11 Deze kleinschaligheid lijktaan tesluiten 
bij bredere maatschappelijkeontwikkelingen diewijzen op individualiseringvan het vrijwi Nig engage- 
ment. Mensen willen best iets doen vooreen ander, maardan wel op manieren die aansluiten bij de 



7 Zie M. Hurenkamp, E. Tonkens &J.W. Duyvendak(2oo6) Wat burgers bezielt. Een onderzoek naar burgerinitiatieuen, Amsterdam: Universi- 
teitvan Amsterdam/NICIS Kenniscentrum Grote Steden en ziej. van der Heijden, L. van derMark, A. Meiresonne, &J. van Zuylen 
(2007), Help! een burgerinitiatief, Den Haag: InAxis, Ministerievan BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties. 

8 Zie E. Tonkens & I. Verhoeven (2011) Beivonersinitiatieven: proeftuin voor partnerschap tussen burners en overheid, Amsterdam: Pallas Publi- 
cations. 

9 E. Tonkens & G. Kroese (2009) Bewonersparticipatie via vouchers: democratisch en activerend?, Den Haag: Ministerie van VROM. 

10 Naons onderzoek is dit noggedaald totgemiddeld 2.900 euro per initiatief (O+S Amsterdam (2011) Monitor bewonersinitiatieven 
juni 2011, Amsterdam: Dienst Onderzoek en Statistiek). 

11 Zie E. Tonkens & I. Verhoeven (2011) Bewonersinitiatieven: proeftuin voor partnerschap tussen burgers en overheid, Amsterdam: Pallas Publi- 
cations. 



dynamiekvan hun eigen leven. Dat leidtvakerdan voorheen tot kortstondigedoelgerichte betrokkenheid 
in kleine kring. 12 Deze kleinschaligheid zien we maarten dele terug in ons casusonderzoek in Enschede, 
Hengeloen Leiden. 



Casus Buurtmuseum en buurtkamer Velve-Lindenhof, Enschede 

Velve-Lindenhofiseen wijkin stadsdeel Oost in degemeente Enschede metveel laagbouw. Dewijkisdoor 
toenmalig minister Vogelaarvan Wonen, Wijken en Integratieaangewezen als een van deveertigaan- 
dachtswijken in Nederland. In dewijk iseen grootscheepse herstructureringgaande. Dewijkvalt uiteen 
in driedeelgebieden: hetoude Velve, tussen 1890 en i92oontstaan, het Lindenhof, een vooroorlogse 
arbeidersbuurten het nieuwe Velve, van na de oorlog. Zowel het Lindenhof als Velve hebben te kampen 
metsociale problemen, waarondereen hogewerkloosheid onderdeoverwegend autochtone bevolking. 1 ^ 
Het initiatief dat wij hebben gevolgd betreftdetotstandkomingvan het buurtmuseum en buurtkamer in 
hetoude Velve. Hoeen wanneerhet ideedaarvoorprecies isontstaan is niet meerteachterhalen, maaral 
langeretijd waren meerdere bewonersenthousiastover het idee. Op uitnodigingvan dewijkopbouwwer- 
kerkwamen eind 2009 zes buurtbewoners bij elkaarom een plan te maken. Zij hadden al een pand op het 
oogen wilden dat inrichten als buurtmuseum in combinatie met een buurtkamer als ontmoetingsplek 
voor buurtbewoners. In hetambitiepaper, van de hand van een van devrijwilligersvan heteerste uur, 
komt deze dubbele doelstelling duidelijk tot uitdrukking: 

1 "Onderzoeken of en zoja hoe, deveelkleurigegeschiedenisvan dewijk in al zijn facetten kan worden 
bewaard, beschreven/verteld en zichtbaargemaaktvoorallewijkbewonersen andere geinteresseer- 
den." 

2 "Onderzoeken hoe socialedesintegratieten gevolgevan de in-en uitstroomvan bewoners nietalleen 
voorkomen kan worden maarin plaats daarvan desocialecohesiejuist kan worden bevorderd." 

Dewoningcorporatie knapte het pand van een oude slagerij, het beoogde museum, op in nauwoverleg 
metde initiatiefnemers en zij richtten het in jarenvijftigstijl in. Devoormaligewinkel -gelegen aan de 
voorzijdevan het pand - iseen tentoonstellingsruimte. De buurtkamer bevindtzich in deachterste 
ruimte. Dedaarweerachter gelegen keuken heeftzijn oorspronkelijkefunctie behouden en is net als de 
rest van het pand ingericht met materialen en spullen van voorde jaren zestig. In het museum worden 
wisselendetentoonstellingen georganiseerd. Daartoewerd erin de buurt huisraad verzameld, vooral via 
informele contacten. De buurtkamer is geschikt gemaakt voor kleinschalige activiteiten, voor maximaal 
tien deelnemers. Ookgroepen uitde buurt kunnen gebruik maken van de buurtkamer. Detweefuncties 
gaan soms samen: in de kerstvakantiewasereen uitgebreide kerststal in de tentoonstellingsruimte 
gecombineerd met muzikale optredens en een samenkomst van buurtbewoners. 
Hoewel de opbouwwerkergei'nteresseerde bewoners in eerste instantie samen bracht en een voorlopig 
plan had geschreven gaven de bewoners al snel aan zelf keuzestewillen maken en dit nietalleen aan de 
professional overte laten. Degroepvergaderdeeen keerpermaand en zette zowel inhoudelijkealsorga- 
nisatorischeonderwerpen op de agenda. Tussen devergaderingen doorwerd in kleinere samenstellingen 
gewerkt. Daarbij hoorde overleg met derden, zoals metde won ingcorporatie die het pand bezit heeftover 



12 Zie L. Hustinx'De \na"w\dua\\ser\ng van het vrijwrtlig engagement' , in:G. Buijs, P. Dekker&M. Hooghe (red.) Ci'lmI society tussen oud en 
nieuw, Amsterdam: Aksant. 

13 www.Enschede-stad.nl, geraadpleegd april 2012 



deopknapbeurt met behoud van historischeelementen. Metdewijkraad werd overlegd overde inbedding 
van de activiteiten in de rest van de buurten de beschikbarefondsen. Ookwaseroverleg met kunstenaars 
uitde buurtdiezijn ingeschakeld bij inrichtingvan detentoonstellingsruimteen dieadviseerden overde 
opzetvan tentoonstellingen. In de ideeen voorhet buurtmuseum passen allerlei tentoonstellingen, bij- 
voorbeeld op hetgebied van kunst-zowel professioneel alsvan amateurs, historischeonderwerpen met 
foto's en voorwerpen en verzamelingen of bepaalde thema's. Steeds wordt gezocht naar een verbinding 
tussen de buurten hetonderwerpvan detentoonstelling; hetthema isaan de buurtontleend, de foto's 
zijn in de buurtgemaakt, ofde kunstenaarofverzamelaarwoont in de buurt. 

De organisatie van de activiteiten in de buurtkamer kende wat startproblemen. Er waren in het begin nog 
wei nig activiteiten en het was lastigom vrijwilligerstewerven omdatergeen duidelijke taken waren 
omschreven. Ookviel het in de beginfase niet meeom aan de buurt duidelijkte maken waarom het leuk 
zou zijn om langs te komen. Geleidelijk hebben de initiatiefnemers deze impasse weten te doorbreken: 
onderandere door uitnodiging van 'praatgasten': mensen uitde buurt die een bijzonderverhaal vertellen. 
Twee keer per week komen hier tussen devieren vijftien bezoekers op af. Naeen paargeslaagde bijeen- 
komsten liep het steeds beter. Erzijn inmiddels meerdan tien vrijwilligersdiezich regelmatiginzetten, 
onderandere alsgastheeren gastvrouw. Het huidige bestuurbestaatdaarnaast uitzeven personen. 
Opzaterdagio September 2011 is het buurtmuseum officieel geopend doordewethoudervan cultuur. De 
eersteofficieletentoonstellingwasgewijd aan devoormalige slagerij en het slagersbedrijf in hetalge- 
meen. Leden van de families die de slagerij tot in dejaren zestighadden geexploiteerd waren alseregast 
bij de opening aanwezig. Sindsdien zijn er diverse tentoonstellingen georganiseerd, metamateurkunst, 
overoude koffiepotten en met kunstwerken van kinderen van de brede school. 1 4 



Casus Straatnamen project Groot Driene, Hengelo 

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig is dewijk Groot Driene gebouwd. De straten in de buurt dragen de 
namen van bekende en minder bekende Nederlandse schrijvers en dichters: Godfried Bomans, 
J.C. Bloem, P.C. Hooft etcetera. Het is een ruim opgezette, groenewijkaan deoostzijdevan Hengelo. De 
gemiddelde leeftijd in de buurt is relatief hoog:42 procentvan de bewoners is 55 jaarofouder. Dit wordt 
ondermeerverklaard door de situering van een aantal ouderencomplexen in de buurt. Doordeaanwezig- 
heid van de Syrisch-orthodoxe Mariakerk heeft dewijk 00k veel mensen met een Syrisch-orthodoxe achter- 
grond. 

Het gemiddeld besteedbaar in komen per huishouden ligt in Groot Driene net iets boven het Hengelose 
gemiddelde. De bewoners beschrijven hun wijkals rustigen zelfs een beetje saai. Het is een wijk met een 
ruim voorzieningenaanbod. In de Leefbaarheid- en Veiligheidsenquetevan Hengelo scoort Groot Driene 
op hetonderdeel socialecohesie gemiddeld. Veel mensen vinden datzeopeen prettige maniermetelkaar 
omgaan in de buurten voelen zich thuis. Ze wonen in hun buurt samen met 'ons soort mensen' en vinden 
dit prettig. Eris in Groot Driene echtergeen sprakevan een echtwijkgevoel. Er wordt wei nig georgani- 
seerd en de bewoners zetten zich mindervaakdan de gemiddelde Hengeloerin om de buurt teverbete- 
ren. 1 5 

Begin 2010 organ iseerden de medewerkerwijkaanpakvan degemeenteen dewijkcoordinatorvan de 
woningcorporatie een 'Kansencafe' om ideeen los te maken en bewonersactiviteiten te bevorderen op het 
gebied van cultuur. Een aantal bewoners en organ isaties was gericht uitgenodigd om overde wijk te 



14 Zievoor meerinformatie over het buurtmuseum: www.devleeschhouwerij.nl 

15 Uit: Wijkplan Groot Driene 2008-2011, gemeente Hengelo. 



praten en plannen te maken. Op die avond opperde een van de bewoonsters om lets' te gaan doen met de 
straatnamen: projecten gerichtop schrijversdiede naamgevers waren van de straten in de buurtzouden 
mogelijktotdeverbeeldingvan bewoners spreken. Dat ideewerd metenthousiasmeontvangen en drie 
mensen meldden zich alsvrijwilligerom het initiatiefverderuittewerken. De professionals belegden 
vergaderingen met deze drie bewoners, terwij I een aantal anderen begonnen (en in de loop van detijd 
aanhaakten) om deelprojecten op poten te zetten. Zo organiseerde een buurtbewoonster huiskamerbij- 
eenkomsten overde schrijfsterAnna Bijns. Een van de initiatiefnemers organiseerde samen met bewoners 
van de Bomansstraateen bustocht naar een tentoonstel ling over Godfried Bomans. Doorgebrekaan 
belangstellinggingdeze bustocht echterniet door. 

Deze situatie zaaide twijfel oferwel genoeg belangstel ling was in dewijkvoordit initiatief. Een van de 
drie initiatiefnemers haakte na twee vergaderingen af, de reden daarvoorwerd nietduidelijk. De profes- 
sionals hoopten datdetweeovergebleven bewoners de organ isatie naar zich toe zouden trekken, maarde 
twee betrokkenen zagen dat zelfanders. Zij dachten graag mee, beschouwden zichzelfvooral als ontwik- 
kelaarsvan nieuwe ideeen, nietalsorganisatoren: "Ik heb het idee al verzonnen, denken ze nu dat ikook 
allesga regelen?" Erbestond op dat moment ookgeen goed functionerendewijkraad waarbij zeaan kon- 
den sluiten. Door persoonlijke omstandigheden trok een van de twee initiatiefnemers zich terug. Deoor- 
spronkelijke bedenkstervan het project was nu alleen over en zij verbleef bovendien gedurendedewinter- 
maanden elders. Hetvervolgvan het project werd zodoende nauwelijksgedragen doordeoorspronkelijke 
initiatiefnemers. 

Tijdens een vervolg op het Kansencafe in november 2010 en in een wijkbreed verspreid boekje werden 
bewoners opgeroepen om de plannen en ideeen verder handen en voeten te geven. Een van de ideeen 
bleekoverigensal volop in uitvoeringtezijn: de huiskamerbijeenkomsten over Anna Bijns en andere 
schrijversen schrijfsters waren zonderverdereondersteuningvan professionals al gepland. Vier ideeen 
voornadere uitwerkingvan het straatnamen project kregen via hettweede Kansencafe alsnog een vervolg: 
huiskamerbijeenkomsten, een lezingencyclusoveralle schrij vers door buurtbewonerszelf, deaanlegvan 
een 'Kneppelhoutpad' en het maken van een boek overde schrij vers van Groot Driene. 16 Voor onsonder- 
zoek hebben we hetverloop van deontwikkelingen rond het Kneppelhoutpad en het boek overde sen rij- 
vers nadergevolgd, maardit iszekerniet hetenigedat in het kadervan dit project uiteindelijkgebeurd is. 
Uitde st room van contacten en overleggen is bijvoorbeeld 00k een initiatiefvoortgekomen om perstraat 
een gedichtofeen citaatvan de naamgevervan die straatopeen console in deopenbare ruimtete plaat- 
sen. Eriseen speciale Bredero-postzegel gemaakttergelegenheid van het uitkomen van het boek, waar- 
van deopbrengst naarde stichting Lezen en Schrijven (terbevorderingvan hetalfabetisme) isgegaan. 
Daarnaast hebben actieve buurtbewoners een tweedehandsboekenmarkten een excursie over Johanna 
van Buren georganiseerd. 

Kneppelhout isde naam van een Nederlandseschrijver, maarisook hetTwentse woord voor houten palen 
die werden gebruikt voor het maken van paden doordrassigegebieden. De initiatiefnemerwasop het 
ideegekomen tijdens hetverhalenfestival in Groot Driene, waardedrieeerste initiatiefnemers een stand 
hadden over het straatnamen project, met een ideeenbus. Hijwoontin de Kneppelhoutstraat, en wildeeen 
'blotevoetenpad' maken waarin onder andere kneppelhout was verwerkt, om vooral kinderen "in contact 
te laten komen met hun lichaam en de natuur, en om een ontmoetingsplaatstecreeren". Toevallig lager 
00k net een ontwerp voor herinrichting van deoude loop van de Elsbeek door dewijk Groot Driene op de 
tekentafel. Het Kneppelhoutpad slootgoed op dit plan aan. De initiatiefnemervan het Kneppelhoutpad 
wasechtertegelijkertijd 00k dm k met een actietegen ongewenstezendmasten in de buurt. Mededaar- 



16 Wij hebben alleen van de twee genoemde deelprojecten de bijeenkomsten zoveel mogelijkgeobserveerd en de vrijwilligers gemter- 
viewd. Erzijn nog verschi I lende andere deelprojecten in het straatn a men project tot bloei gekomen. 



door had hij geen tijd om buurtgenoten tewerven voor het Kneppelhoutpad. Hetgecombineerde Elsbeek- 
Kneppelhoutplan iswel verderontwikkeld, maaruiteindelijkalleen doorde initiatiefnemeren de 
gemeente, zondernieuwe deelnemers uitde buurt. Deaanleg heeft plaatsgevonden in hetvoorjaaren 
zomervan 2012. 

Detotstandkomingvan het boekoverde schrijvers van Groot Driene, dat later de naam 'Dichter bij de 
straat' kreeg, kwam in een stroomversnellingtoen een echtpaarbetrokken raakte uitde kennissenkring 
van deeerste initiatiefneemster-dieweerterugwas in het land. Zij gingen samenwerken met een (pro- 
fessionele) tekstschrijverdietevens uitgever is en een belangrijke rol speelde in de redactie van het 
boekje. Met zij n tips en aanwijzingen werd het project vrij plotseling heel concreeten duidelijk. Erwerden 
25 buurtgenoten gevonden dieallemaal overhun eigen straat -en vaakookovernogenigeanderestraten - 
een korte bijdrage voor het boekwilden schrijven. Met groot enthousiasme isdit project verderafgerond; 
gecoordineerd door het echtpaar, geredigeerd doordetekstschrijver, van illustraties voorzien en in een 
lay-out gezet door een professionelevormgever. De uiteindelijke presentatiewastijdensde Boekenweek 
2012 in de bibliotheekvan Hengelo, in aanwezigheid van dewethoudervan cultuur. Erwaren voordrach- 
ten, muziek, nieuwgeschreven gedichten en erwasveel aandachtvoorde makers van het boek. In de 
weekdaarna hebben zij deverspreidingverzorgd. Opalleadressen in Groot Driene is een exemplaarvan 
het boek bezorgd. 1 ? 



Casus De projectgroep Singelpark van Stadslab, Leiden 

Het idee voor Stadslabontstond in 2009 tijdens een bijeenkomstvan Leidse burgers die vonden dat de 
ontwikkelingvan hun stad een creatieveen positieve impuls behoefde. Uiteen veelheid aan plannen en 
initiatieven werd Stadslab geboren alseen 'laboratorium' voor deverdere ontwikkelingvan deze initiatie- 
ven. Ondertussen is Stadslab uitgegroeid tot een organisatie van 70 actieve leden en 300 betrokkenen. 
Veelbelovende ideeen worden doorwerkgroepen verderontwikkeld. De bedoeling is dat na afsluiting van 
de ontwikkelingsfase Stadslab zich geleidelijk terugtrekt en het stokje overdraagt aan andere organ isaties 
in destad die hetontwikkelde ideewillen uitvoeren. Stadslab heeft een sterke identiteit, zoals duidelijk 
wordt uit het document 'Visie en aanpak' op hun website: 

"Tweehonderd Leidse creatieve geesten verzamelden zich op zaterdagavond 27 juni 2009 in een 
leegstaand elektriciteitsstation in de nieuwe stadswijkNieuw Leyden. Het was een bonte mix van 
wetenschappers, mediamakers, theatermakers, kunstenaars, festivalorganisatoren, winkeliers, 
horecamensen, architecten, ontwerpers, ondernemers uit communicatie en bioscience, politici en 
ambtenaren. Allen koesterden hetvurigeverlangen om van Leiden meerte maken dan een gemid- 
deldeHollandsestad". 18 

Ditcitaaten onsonderzoek naar Stadslab maken driedingen duidelijk: 'Stadslabbers' zijn optimistische, 
trotse, ambitieuze, creatieve Leidenaren. Zedenken in het groot en zewi lien Leiden de internationale 
allure geven die het naar hun meningnu ontbeert. Stadslab gaat uit van een proactieve houding, enthou- 
siasme en positieve energie voor destad; men hekelt negativisme ten opzichtevan politieken beleid en 
hettegenhouden van plannen. Deze kenmerken van Stadslab zien we terug in een van hun grootste initia- 
tieven: het Singelparkproject. Met d it initiatief wil de projectgroep Singelpark in samenwerking met de 



17 Zie voor meer informatie over het straatnamen project: www.groot-driene.nl/index.php?page=dichter-bij-groot-driene 

18 Bron: www.stadslableiden.nl/wp-content/PDF/visie.pdf 



gemeentede historische Leidsesingelrand en de uniekevestigingswallen rondom de binnenstad verbin- 
den tot het "langste, mooiste en spannendste park van Nederland". 10 - 

Het ideeom de singels teverbinden bestond al langerbij degemeente, maartoteen uitvoering kwam het 
tot nu toe niet. Twee jaargeleden was een van de oprichters van Stadslab druk bezig met het project 
'QuartierLeyden'gerichtop innovatieen vernieuwingvan het noordoostelijkedeel van het centrum van 
Leiden. Hij ontdekte het oude gemeentelijke plan om de singels te verbinden en kwam op het idee van een 
Singelpark. Hij ging metzijn idee naar degemeente: 

"Toen heb ikhetverhaal verteld van nou, zozie ikdeontwikkelingvan Leiden voor me, dat was 
toen nog een beetje raarwant ik ben geen stedenbouwkundige, ik ben ookgeen politicus, ikdacht 
gewoon: het is een goed idee". 

Zijn idee sloegaan. Gemeenteambtenaren vroegen hem de plannen officieel voorte leggen aan het col- 
lege van burgemeestersen wethouders. Ook het college reageerdeenthousiast. Degemeente besloot 
daaropom deoude plannen weeropte pakken en daarbij de samenwerkingtezoeken met Stadslab. 
Geleidelijkontstond een overlegtussen de inmiddelsopgerichte projectgroep Singelpark van Stadslab en 
een team van gedreven ambtenaren die zich over het plan ontfermden. De gemeente ontwikkelde een visie 
opde Leidse Singels en de projectgroep Singelpark schreefdaareen uitgebreide reactieop. Ondertussen 
werd in de gemeenteraad besloten datvoordeontwikkelingen uitvoering van het project een budget van 
9,3 miljoen euro beschikbaarzou komen. Daarmeewerd deontwikkelingvan het Singelpark ook voorde 
gemeente een serieusen prestigieus initiatief, metde projectgroep Singelpark van Stadslab als partner 
vanuitde stad. 

Doel is dus om de Leidse Singels tot een "lang, spannend en mooi" geheel te verbinden. Hoewel het Sin- 
gelgebied uiteenlopendeonderdelen kent is hetde bedoelingdat het plan resulteert in een park dat als 
een geheel herkenbaarblijftvoordegebruikersvan het park. Het moet bovendien een parkworden met 
internationale allure, vergelijkbaar metde High Line in New York. 20 Daarom is een / ontwerpwedstrijd / 
georganiseerd waarin internationale topontwerpbureaus werd gevraagd een overkoepelend masterplan te 
ontwikkelen voorde identiteitvan het ruim zes kilometer lange park. De plannen van deontwerperswor- 
den beoordeeld door een jury van bekende Leidenaren en prom inente arch itecten. Dejury bepaaltde 
winnaaren adviseert het college van B en W over een vervolgopdracht. Deontwerpen worden in juni 2012 
tentoongesteld voor het brede publiek. In het najaarvan 2012 neemt het college van B en Ween defini- 
tieve beslissingoverwiede vervolgopdracht krijgt. Daarnazit het werk voorde projectgroep Singelpark er 
open moet een nogopte richten verenigingVrienden van het Singelpark voorde daadwerkelijke uitvoe- 
ring van het plan zorgdragen. 

De projectgroep Singelpark is steeds nauw betrokken bij alle door het gemeentebestuurgezette stappen. 
Devijf leden schreven een uitgebreide inhoudelijke reactieop hetvisiedocumentvan degemeente. Zij 
stuurden aan op een hoogambitieniveau en vertalingdaarvan in deontwerpwedstrijd, zij houden zich 
bezig metdeoprichtingvan deVriendenvereniging Singelpark; zij leggen en onderhouden contacten met 
andere bewoners, organiseren informatieavonden en brainstormsessiesvoorgei'nteresseerde Leidenaren 
en ze bieden veel inhoudelijke informatie aan een breed publiek. Een belangrijk kenmerk van de project- 
groepleden is dat ze een positieveen proactieve houding hebben naar de gemeente, gericht opde kracht 
van desamenwerkingen nietopde potentielevalkuilen. In hetvolgende hoofdstukzullen wezien datdit 
kenmerkend is voorde manierwaarop hetoverleg plaatsvindt. Ook belangrijk is dat de mensen uitde 



19 Voor uitgebreide uitlegziede blogwww.singelpark.nl 

20 Bron: www.thehighline.org 



projectgroep over uitgebreide netwerken in de stad beschikken. Bovendien zijn ze flexibel in hun tijdbe- 
steding, ze hebben een baan diedaarruimtevoorbiedt. Dat isook nodigwant het meeste overleg met de 
gemeentevindt plaatsop woensdagen van 9.00 tot 11.00 uur. 

Het projectteam van degemeente bestaat uitvier mensen. Ookzij zijn ambitieus, beschikken overrele- 
vante expertise en zijn zeergedreven. Wei zijn zij sterkgebonden aan regels en procedures en aan de 
politieke keuzesvan het college van B en Wen degemeenteraad. Daardoorzijn zij somsterughoudender 
dan de leden van de projectgroep Singelpark, maardatdoet nietsafaan hun enthousiasmeen hun 
samenwerkingsbereidheid. 

Enkele overeenkomsten en verschWlen 

De initiatieven in Amsterdam, Enschede, Hengeloen Leiden zijn typerend voordegrotevariatie aan initia- 
tieven die we door het hele land kunnen vinden. Wezien betrekkelijk kleinschaliginitiatief in Enschede en 
Hengelodataansluit bij hetgei'ndividualiseerde beeld van vrijwillige betrokkenheid en kleinschaliginiti- 
atief dat we in Amsterdam vonden. Het initiatiefvoorhet buurtmuseum en de buurtkamerin deachters- 
tandwijkVelve-Lindehofvertoontde meeste gel ij ken issen metveel van de Amsterdamse initiatieven. De 
initiatiefnemerswillen desociale samenhangin de buurtversterken omdatzezich bewust zijn van het 
belangervan. Het straatnamen project in Hengelo lijkt vooral qua kleinschaligheid opveel van de Amster- 
damse initiatieven, hoewel bij de opzet en organisatie lange tijd zowel de gemeente, een woningcorpora- 
tieals buurtbewonerswaren betrokken. In andere initiatieven, zoals in Enschede, namen de initiatiefne- 
mersookal snel deverantwoordelijkheid voorhet beleid en de organisatie, en gaven daareen stichtings- 
vorm aan. 

Het Singelparkproject in Leiden is 00k kleinschaligquaaantal leden, maardaarmee houdtdevergelijking 
met de andere initiatieven op. Zowel quaambitie, bereikin de stad en financien is het een zeergrootscha- 
liginitiatief. Bovendien probeertde projectgroep op verschi I lende manieren bredere groepen Leidenaren 
bij het project te betrekken, van kleinschaligheid is in dezezin geen sprake. De initiatiefnemerszijn alle- 
maal hogeropgeleiden diedetaal van degemeente kennen en zelf beroepshalve metgemeenteambtena- 
ren en bewonerste maken hebben. Het doet qua ambitie nietondervoor andere grote initiatieven zoals de 
Federatie Broekpolderin Vlaardingen die een hele polder beheert of deVereniging Doarpsbelang Redu- 
zum die met grote projecten de leefbaarheid van een Fries dorp op peil houdt. 21 Bewonersinitiatieven als 
Singelpark zijn uitzonderlijk; meestal gaat hetom kleinschaliger initiatieven. 



21 Voorde Federatie Broekpolderzie: F. Meerhof(2on) 'Burgerinitiatief als democratisch fundament', Beleid en Maatschappij, jrg. 38, nr. 4. 
Voor deVereniging Doarpsbelang Reduzum zie I. Verhoeven (2006) 'Alledaags politiek burgerschap en de overheid' , in: P. Meurs, E. 
Schrijvers en G.H. de Vries Leren van de praktijk. Gebruik van lokale kennis en ervaring voor beleid, Amsterdam: Amsterdam University 
Press. 



2. Wie nemen er 
initiatief en waarom? 



We hebben kennisgemaakt metde verschillende initiatieven. Nu richten weonsopdevraagwiede initia- 
tiefnemerszijn en opde representativiteitvan de initiatiefnemersvoorandere bewoners in de buurt. 



Initiatiefnemers vergeleken 

Het beeld van actieve burgers datu it internationaal en nationaal onderzoekopdoemt isdatvan hoger 
opgeleideautochtone mannen van boven devijftig. 22 Zij zijn degenen diegaan stemmen, aan inspraakof 
interactieve beleidsvorming meedoen en die zich via buurtorganisaties, Verenigingen van Eigenaren of 
huurdersverenigingen inzetten voor hun directe leefomgeving. Maargeldtdatookvoor bewo ners initiatie- 
ven? Onsonderzoek in Amsterdam laateen ander beeld zien. Bijna twee derde van de745 initiatiefnemers 
isvrouw, vrijwel de helft isonderdevijftig, veertig procent heefteen andereetnische herkomst, de helft is 
middelbaarof lageropgeleid en een derde heefteen laaginkomen. Hoger opgeleideautochtone mannen 
van boven devijftigvinden we hierook, maar minder dan in klassieke participatieprojecten. 
Veel van de Amsterdamse initiatiefnemers wonen al langin de buurt: een kwarttussen detien en twintig 
jaaren een derde zelfstussen de twintig en vijftigjaar. Twee derde iszoverknochtaan hun buurt datze 
vooraltijd op hun huidigeadres willen blijven wonen. Detevredenheid metde buurt en zich thuisvoelen 
in de buurt scoren hoog, een indicatievan een sterke buurtbinding. Kortom, deze initiatiefnemers zijn 
sterkverankerd in hun buurt waardoor het voor hen logisch is om zich hiervoorin tezetten. 
Deze actieve inzet in de buurt si u it vrij goed aan bij hun anderevormen van participatie. Veel Amster- 
damse initiatiefnemers stemmen (93%), doen vrijwilligerswerk in een organisatie (79%), gaan naar bij- 
eenkomsten van degemeenteoverde buurt (76%), doen meeaan initiatieven van andere bewoners (73%) 
en nog veel meer. Ze zijn 00k lid van buurtorganisaties (53%), vrijetijdsorganisaties zoals sportclubs 
(52%), belangenbehartigendeorganisaties zoals vakbonden (43%) en andere organisaties. 2 ^ Al deze 
activiteit buiten de initiatieven om is opvallend omdatde initiatiefnemers op diverse kenmerken afwijken 
van het beeld van actieve burgers datweeerder in de literatuurzagen. Zou het kunnen dat bewonersinitia- 
tieven een bepaald segment van detoch al actieve burgers aantrekken dat nadrukkelijker bestaat uitvrou- 
wen, ouderejongeren, mensen met een andere etnischeachtergrond of lager en middelbaaropgeleiden? 
Laten we eens kijken naarde initiatiefnemers in Enschede, Hengelo en Leiden. 



22 Zie onder meer: S. Verba, K. L. Schlozman, H. Brady, & N. H. Nie (1993) 'Citizen Activity - Who participates - What Do They Say', Ameri- 
can Political Science Review 87 (2): 303-318; S. Verba, K.L Schlozman, & H.E. Brady (1995) Voice and equality: civic voluntarism in 
American politics. Cambridge: Harvard University Press; B. Denters, E. Reimink, M. Boedeltje & P. Geurts (2011) 'Politieke gelijkheid 
bij diverse vormen van electoraleen non-electorale politieke participatie', in: R. Andeweg&J. Thomassen (red.) Democratic doorge- 
licht. Hetfunctioneren van de Nederlandse democratic, Leiden: Leiden University Press.; M. Bovens & A. Wille (2011) Diplomademocratie. 
Over de spanning tussen meritocratic en bureaucratic, Amsterdam: Prometheus. 

23 Zie E. Tonkens & I. Verhoeven (2011) Beivonersinitiatieven: proeftuin voor partnerschap tussen burgers en overheid, Amsterdam: Pallas Publi- 
cations. 



Tabel 1: Kenmerken initiatiefnemers buurtmuseum, straatn amen project en Singelpark 





Buurtmuseum Enschede 


Straatnamenproject Henge 


lo Singelpark Leiden 


Sekse 


Gemengd 


Gemengd 


Overwegend mannen 


Leeftijd 


Voornamelijkouderen 


Voornamelijkouderen 


Middelbare leeftijd 


Opleiding 


Vooral hogeropgeleid 


Vooral hogeropgeleid 


Hogeropgeleid 


Etniciteit 


Autochtoon 


Autochtoon 


Autochtoon 


Inkomen 


Bovenmodaal 


Bovenmodaal 


Bovenmodaal 


Al eerderactief 
(in de buurt) 


Ja 

(ookin de buurt) 


Voornamelijkwel 
(ookin de buurt) 


Ja 

(ookin de buurt) 


Woonduur 


Voornamelijk lang 


Voornamelijk lang 


Onbekend 



Wezien dat er qua sekse geen echteverschillen optreden met het Amsterdamse beeld, behalvedat in de 
projectgroep Singelpark in Leiden mannen in de meerderheid zijn. Opvallenderzijn opleiding, etniciteit 
en inkomen. Hierin wijken de initiatiefnemers van de drie projecten afvan Amsterdam (ook in krachtwijk 
Velve-Lindenhof in Enschede) en lijken ze nadrukkelijkop actieve burgers in brederezin diezoalsgezegd 
vakerman en autochtoon zijn. Net alsde Amsterdamse initiatiefnemers wonen zeal lang in de wijken 
zijn al langactief binnen de buurt en daarbuiten. 

Het lijkterdus op dat erqua sekse meer balanszit in dedeelnameaan bewonersinitiatieven dan bij 
andere vormen van participatie. Mogelijkdat hierbij ook het karaktervan de initiatieven een rol speelt. We 
hebben gezien dat de Amsterdamse initiatieven zich relatiefvaak richten op hetversterken van de sociale 
cohesie. Ookin Hengelo en Enschede richtde inspanningzich mede op het bevorderen van ontmoetingen 
en onderlingecontacten in de buurt. In datopzichtverschillen deze initiatieven van het meerruimtelijk- 
fysieke Leidse initiatiefwaar mannen onderde initiatiefnemers duidelijkde overhand hebben. Het is 
verderplausibel dat een stimulerendeaanpak metveel professionele begeleidingde participatie van door- 
gaansondervertegenwoordigdegroepen kan vergroten. Omdatwe in ons onderzoekgeen gevallen heb- 
ben waarin deondersteuning beperkt blijfttotfacilitering, kunnen wed it niet hard maken. 
Ons materiaal laatwel zien dat binding aan de buurt (lange woonduur) vaaksamen gaat met betrokken- 
heid bij buurtinitiatieven. Mensen die langerergens wonen hechten zich aan hun buurt en datvergrootde 
bereidheid om in actiete komen. Daarnaast blijkt dat de kansop betrokkenheid bij initiatieven ookgroter 
is als men al eerderopeen andermanier maatschappelijkactiefwas. 



Sociale en doelgerichte motieven 

Wat beweegt mensen om actiefteworden in hun buurt? In aansluiting bij onderzoek van Verba en ande- 
ren in de Verenigde Staten kunnen diverse motieven worden onderscheiden. 2 4 Een belangrijk motiefvan 
mensen om actiefteworden isdewensom bepaalde maatschappelijke problemen opte lossen en verbe- 
teringen doortevoeren. Hier gaat het dan vooral om situaties in deeigen buurt. Naast deze doelgerichte 
motieven zijn er ook sociale en plichtsgebonden motieven. Wan neer mensen vooral meedoen aan bewo- 
nersinitiatieven omdat het leu ken interessant isom samen metanderen actieftezijn spreken we van 
sociale motieven. Plichtsgebonden motieven hebben betrekkingop hetgevoel dat het je plichtals burger 



24 Verba, S., K.L Schlozman, and H.E. Brady. 1995 Voice and equality: ciuic voluntarism in American politics. Cambridge etc.: Harvard 
University Press, met name hoofdstul<5. Het betrefteen stand aardwerk over politieke participatie en bevatde resultaten van een 
survey onder een representatieve steekproef van ruim 15.000 Amerikanen. 



isom een bijdrageaan de buurtofdesamenlevingte leveren.Ten slotte kan erooksprakezijn van eigen- 
belang: het oplossen van een particulier probleem, of het opdoen van bepaalde werkervaring. 
In Amsterdam blijken de sociale motieven heel hoogte scoren: vaakgenoemde antwoorden zijn lets doen 
metanderen' of'de buurt leren kennen'. Ookdoelgerichteoverwegingen worden veel genoemd: een bij- 
drage leveren aan bestrijdingvan problemen in de buurt zoals vandal isme, hanggedrag, zwerfvuil en 
rommel, maarookeen gebrekaan saamhorigheid of contact. Plichtsgebonden motieven en eigenbelang 
lijken erdaarentegen nauwelijks toe te doen. 

De initiatiefnemersvan het buurtmuseum in Enschedeontlenen hun motivatie vooral aan het idee dat 
meewerken aan een buurtmuseum leukis. Saamhorigheid en samen metanderen ietsdoen, sociale 
motieven dus, zijn daarnaastook belangrijk. Sommigeactieve bewoners hebben ookeen meer doelge- 
richte orientatie, zoals het bevorderen van sociale contacten en de sociale cohesievoorde hele buurt. In 
dewoorden van een actieve bewoner: "Voorde saamhorigheid en degezelligheid, tegen deeenzaam- 
heid". Twee van degroepsleden worden vooral gedreven door hun eigen culturele belangstelling. Ten 
slotte geven sommigen ookaan datzevinden datze iets voorde buurt horen tedoen (plichtsgebonden 
motief). We zien hiereen mix van motieven, waarbij net als in Amsterdam de sociale en doelgerichte 
motieven de boventoon voeren. De motieven van de initiatiefnemers in Hengelo zijn vergelijkbaar: zij 
beogen evenzeerde bevorderingvan de saamhorigheid in de buurt, in combinatie met hun eigen plezier 
en belangstellingvoorliteratuur. 

De leden van de projectgroep Singelpark in Leiden ontlenen hun motivatie aan hun passie voorverbete- 
ringvan de stad en aan de mogelijkheid om hun specifieke expertise binnen desamenwerking metde 
gemeentevooreen publiekdoel intezetten. Deze initiatiefnemers zijn dus vooral actiefvanuit een mix 
van een doelgericht (verbeteringvan de stad) en een plichtsgebonden motief (expertise inzetten vooreen 
publiekdoel). 

De overwegend sociale en doelgerichte motieven die we hebben gevonden in onze onderzoeken in de vier 
steden suggereren dat bewonersinitiatieven vooral worden ingegeven dooreen orientatie op andere men- 
sen. Degenoemde motieven zijn doorde bewoners ze If aan gegeven en aangezien hetonwaarschijnlijkis 
datze eigenbelang als motief zouden noemen is het mogelijkdatwe het belangdaarvan onderschatten. 
De overwegend sociale en doelgerichte motivatiesvormen desondankseen opvallend gegeven, omdat 
juist onder bestuurders en ambtenaren geregeld wordt aangenomen dat burgers vooral handelen uit 
eigenbelang. 2 5 De motivaties van burgers lijken minder eenzijdig dan verondersteld: zevormen een boe- 
ketofeen mozaiekvan verschillendedrijfveren die bij verschillendevormen van participate of binnen 
verschillendecontexten de overhand kunnen nemen. lemand kan vanuit sociale of doelgerichte motieven 
de buurt willen verbeteren en tegelijkertijd vanuit eigenbelang bezwaarmaken tegen devergunningverle- 
ningvooreen dakkapel van de buurman. 



Zijn initiatiefnemers wel representatief? 

In hoeverre zijn de actieve burgers representatief? Vormen ze een afspiegelingvan de bevolking in hun 
buurt? Als we bewonersinitiatieven (en andere vormen van burgerparticipatie) hierop beoordelen stellen 



25 Zie: S.A.H. Denters (2000) "Citizens, councilors and urban institutional reform: the case of the Netherlands." In K. Hoggart and T.N. Clark 
(eds.) Citizen responsive government, Amsterdam: JAI Press/Elsevier; B. Denters & P.J. Klok(2on) 'Councillors' attitudes towards interactive 
governance. Evidence from five Dutch urban municipalities; I. Verhoeven & M.J. Oude Vrielink(2oi2) 'De stille ideologic van dedoe-demo- 
cratie' in C. van Montfoort, A. Michels & W. van Dooren (red.) Stille ideolocjie, Den Haag: Lemma. 



zevaakteleur, zo blijkt uittal van onderzoeken en publicaties. 26 Burgers die actiefzijn in bewonersinitia- 
tieven zijn vaakouder, witter en hogeropgeleid dan andere buurtbewoners. De initiatiefnemers uitons 
onderzoek in Amsterdam zijn hierop een uitzondering, maar in de andere onderzochte steden bleek dat 
steevast mensen metgoede posities hetvoortouw nemen: mensen diegeworteld zijn in en zich sterkiden- 
tificeren metde buurt, hetdorpofdestad en die in veel andere opzichten al actiefzijn. 
Voordatwe hier alarm overslaan is hetgoed om eerstte bedenken dat een gebrekaan sociale representa- 
tiviteit niet zonder meer iets zegt over de vraag of de actieve en de niet-actieve buurtbewoners ook anders 
denken overwater bijvoorbeeld mis is in de buurt. Uit onderzoek dat we verrichtten in Enschede bleek dat 
ernauwelijksverschil wastussen participanten en niet-participanten in tevredenheid over diverse as pec- 
ten van de kwaliteitvan dewoonbuurt. 2 7 0fdat ook elders hetgeval isweten we niet, maar we moeten er 
niet zonder meer van uitgaan dat een gebrekaan sociale representativiteitalsvanzelfook betekentdater 
een kloof bestaattussen deopvattingen van actieve en niet-actieve burgers. 

De politiekefilosoof Hanna Pitkin heefterverderopgewezen dat we bij de representativiteit nietalleen 
moeten kijken naarde mate waarin actieve en niet-actieve burgers op elkaar lijken, zowel qua sociale 
achtergronden als qua opvattingen. 28 In een verhandelingover representatie doorgekozen volksvertegen- 
woordigers wijstze op het belangvan andere vormen van representatie. Zo noemtze vaste procedures 
voorde selectievan vertegenwoordigers (formele representatie): dat kan via verkiezingen maar ook door 
lotingofop andere manieren. Dergelijke procedures verse haffen de vertegenwoordigers een legitimatie- 
basis. Daarnaast wijstze ook op het belangvan decommunicatietussen devertegenwoordigeren diens 
achterban. Daarbij gaat hetom de vraag of de vertegenwoordigers voldoende oog hebben voorde ervarin- 
gen, gevoelens en standpunten van hun achterban en ook bereid zijn om zich tegenoverdie achterban 
ookteverantwoorden voorhun handelen. Die andere vormen van representatie zijn ook relevant als we 
het hebben overde relatie tussen de actieve en niet-actieve buurtbewoners bij burgerinitiatieven. 
De formele representatie kan worden verbeterd door buurtbewoners een stem te geven bij de selectievan 
initiatieven (zoalsal in een aantal steden gebeurt) of door af en toe een buurtpeilingte houden over 
mogelijkeen al genomen initiatieven. Ook kan via (bijvoorbeeld) lotingeen 'jury' of'klankbordgroep' 
worden samengesteld dieeenmaligteruggeeft hoe de genomen initiatieven hen alsgewone buurtbewo- 
ners treffen: merken ze er iets van? Hoe waarderen ze wat ze merken? 

Dit soort procedures verse haffen de initiatiefnemers een zekere legitimatie. Bovendien stimuleren derge- 
lijke procedures ook dat de actieve bewoners meercommuniceren en rekening houden met wat andere 
buurtbewoners willen en vinden. Ondersteuners kunnen initiatiefnemers ook op andere manieren - meer 
informed -stimuleren om actiefopzoektegaan naarervaringen en meningen van andere buurtbewo- 
ners. Door het stellen van vragen bijvoorbeeld. Als er een initiatief isvooreen huiswerkklas, kan worden 
opgeworpen: "Hoezouden deoudersvan de kinderen erover denken? En de kinderen zelf?". Het kan ook 
door het stimuleren van contacten tussen initiatiefnemers en andere buurtbewoners. 
Om de kwaliteitvan representatie van actieve burgers tevergroten, moeten wedus nietalleen kijken naar 
de sociale afspiegeling. Formele procedures en het stimuleren van communicatie tussen initiatiefnemers 
en de buurt kunnen de legitimiteiten de representativiteit van burgerinitiatieven versterken. Dat is van 
belangomdat het niet reeel is teverwachten dat alle burgers voortouw nemen bij bewonersinitiatieven. 
Het isal mooi dateruberhaupt bewoners bereid zijn zich in tezetten voorhun buurt. Als via procedures 



26 Verba, S., K. L. Schlozman, et al. (1995) Voice and equality: Civic voluntarism in American politics, Cambridge: Cambridge University 
Press; Denters, S. A. H. (2011) 'Politieke gelijkheid bij diverse vormen van electorale en non-electorale politieke participatie', in: Andeweg, 
R. en Thomassen, J. (red.) Democratic doorcjelicht. Hetfunctioneren van de Nederlandse democratic, Leiden; Bijl, R. and J. Boelhouwer 
(2011) De sociale staat van Nederland 2011, Den Haag: SCP. 

27 J. Bakker, B. Denters & P.J. Klok(2on) Welke burger telt mee(r) in de doe-democratie?' Beleid en Maatschappij 38 (4): 402-418. 

28 H.F. Pitkin (1967) The Concept of Representation, Berkeley, Los Angeles: University of California Press. 



en op informelewijzewordtgestimuleerd datookandere bewonersworden ge'i'nformeerd en gehoord over 
het initiatief, betrekt men daarmee indirect bredere groepen bij de buurt. Het Enschedese buurtmuseum 
vormteen mooie illustratie: qua leeftijd, opleidingen inkomen waren de initiatiefnemerszekergeen 
getrouweafspiegelingvan hun buurt. Maarnu het museum draaiten ervoortentoonstellingen en bijeen- 
komsten een beroep wordtgedaan op vrijwilligersen de activiteiten in het museum ook mi kken op ver- 
schillende groepen van belangstellenden is het bereikvan het museum in de buurt veel brederdan het 
aanvankelijke selectegezelschapvan initiatiefnemers. En wieweetworden sommige vrijwilligersen 
bezoekersvan nu laterzelf initiatiefnemers. 




m 






•c 




• 1 


RJ 


p*.*^ 




*'#<& 


i_ u 


Mt'i- i 




^ac ■* j ■ ." 


*Vi' J 




L t 


5^F^ ■ J|H 








^v_ 






3. Ondersteuning in rood, 

wit en blauw 



Bestuurders en beleidsmakers spreken soms over bewoners- of burgerinitiatieven alsof het om een een- 
duidigfenomeen gaatdat met een aanpak kan worden benaderd. De praktijkisechter nietzoeenduidig. 
Uit ons onderzoek in Enschede, Hengelo en Leiden blijkt dat erten minste drie varianten zijn in het 
omgaan met bewonersinitiatieven. Ten eerstezien wevoorbeelden van een stimulerende aanpak waarbij 
bewoners doorde inzetvan bijvoorbeeld wijkbudgetten en professionele begeleiding worden aangemoe- 
digd om ietstegaan doen voorhun buurt. Vanwegede intensiteitvan de interactietussen burgers en 
professionals typeren we dezeals rood. Daarnaastzien we een faciliterende benadering waarbij deover- 
heid of andere instituties, waar nodig, ruimte en een beetje hulp bieden aan een bewonersinitiatief dat uit 
zichzelfontstaat. Hierbij kan hetgaan om kennis, praktische hulp, aandachten een beetje subsidie. Van- 
wege de grotere afstand tussen partijen typeren we deze als blauw. De derde variant is coproductie waar- 
bij bewoners en ambtenaren ofsociale professionals samen een initiatiefontwikkelen en uitvoeren, onge- 
achtofhetbij bewoners of bij deoverheid isontstaan. Deze typeren weals het meestgerichtopgelijk- 
waardige samenwerking en daarom als wit. 

In de praktijkzullen dezevormen geregeld in elkaaroverlopen, vooral omdat initiatieven doorde tijd heen 
een andere vorm van ondersteuning nodig kunnen hebben.Toch is hetzinvol deze drie benaderingen van 
elkaarteonderscheiden omdat zevoorbelangrijkeverschillen staan in dewijzewaarop ambtenaren en 
andere professionals omgaan met bewonersinitiatieven. 

In deonderstaandetekstzullen we deze verschi lien tussen dedrie benaderingen verderuitwerken en 
illustreren metgebruikvan onze cases. We beschrijven ookwatde benaderingen teweegbrachten. De 
casusbeschrijvingen illustreren bovendien hoezuivere benaderingen meeruitzonderingzijn dan regel. 



Rood: de stimulerende benadering 

Bij de stimulerende benadering spelen professionals (in dienstvan deoverheid en andere instellingen) 
een actieve rol in hetaanjagen en realiseren van bewonersinitiatieven. Deafgelopen jaren gebeurdedit 
vaak via wijkbudgetten ofvoucherregelingen: een budget werd beschikbaargesteld voorgoede plannen, 
in de hoop dat dit initiatiefzou uitlokken -wat inderdaad opveel plekken in Nederland gebeurde. Eris 
vanuit hetvoormalige ministerie voorWonen, Wijken en Integratie (WWI) veel geld gei'nvesteerd in bewo- 
nersinitiatieven in de 'krachtwijken'. Het leeuwendeel van dit geld ging direct naar bewonersinitiatieven 
en een klein gedeelte naarde inzetvan professionele ondersteuning. De professionals wakkerden aan, 
hielpen bij deaanvraagen soms ook bij het realiseren van initiatieven. Hetgaat hierdusom een vrij 
intensievevorm van stimuleren. Stimuleren kan ook in lichterevormen gebeuren, daarwaar professionals 
bewoners activeren zonder dat daar perse veel geld meegemoeid is. Op sommige plaatsen worden bij- 
voorbeeld wedstrijden georganiseerd voor het beste ideevoorde buurt. Buurtgenoten mogen stemmen, 
de prijsdieje kuntwinnen is een geld bed rag voor verwezen I ij king van jeeigen idee. 

Amsterdam: stimuleren leidttot partnerschap en de vraag om aandacht 

Een mooi voorbeeld van een zwaardere variant van stimuleren vinden we in Amsterdam. Daarissinds 
2008 in 24 buurten gewerkt met wijkbudgetten en met een stevige inzetvan professionals. 
Een belangrijkeactiviteitwas hetenthousiasmeren van bewoners om ietsvoorde buurt te doen. Professio- 
nals organiseerden hiertoefeestelijke bijeenkomsten, flyerden, spraken mensen aan op straat, bij buurt- 
centra en verzorgingshuizen, ze organiseerden spreekuren, verspreiden huis-aan-huis speciale informa- 



tiekrantjes en nogveel meer. Ze schakelden bovendien hun netwerken bij welzijnsorganisaties, woning- 
corporaties en buurtorganisaties in om bewonersinitiatieven te promoten. Een andere belangrijke activi- 
teitvan de Amsterdamse professionals was om hulpte bieden bij deaanvraagvan een budget. Dit 
gebeurde in negen van detien gevallen, vooral door medewerkers van de gemeente en van hetopbouw- 
werken in mindere matedoorbewonersorganisaties. Nogietsvakerwerd hulpgegeven bij de uitvoering 
van initiatieven. Hierbij zijn degemeenten en bewonersorganisaties bijnaeven belangrijkopenige 
afstand gevolgd door het opbouwwerk. 2 9 Erwasveelvuldig contact en interactietussen professionals en 
initiatiefnemers. 

Achterafwasergrotetevredenheid overdeondersteuningen erontstond een positieverbeeld van deover- 
heid en van andere mensen in de buurt. Deondersteuningdoorde professionals leiddeook tot andere 
contacten tussen initiatiefnemers en instellingen. In plaatsvan koelezakelijke relaties metdienstverle- 
ners ofwantrouwige relaties met de politiek, ontstonden warmere en soms verhitte relaties. Initiatiefne- 
mers kregen ook(weer) hogere verwach tinge n van de overheid en professionals: nietalleen procedurele 
verwachtingen zoals transparantie helderheid, vlotte procedures, nakomen van afspraken, de mogelijk- 
heid om meetedenken, adviesen meerondersteuningwanneernodig, maar erontstond ookeen nieuwe 
vraagom aandacht. Bewonersgingen waarderingverwachten voorwatzededen en begrip van waarom ze 
initiatief namen. Ze verwach tten datergoed naar hen geluisterd werd, dater regelmatig contact was als 
teken van belangstelling. Ze verwachtten samenwerkingen continui'teit in de relatie.3° 
Stimuleren heeft effect, maarwel onderenkelevoorwaarden.Ten eerste: deondersteuningsbehoeftevan 
initiatiefnemers moet in grote lijnen overeen komen metde professionele ideeen daarover. Als professio- 
nals slechtswillen faciliteren (ofjuistcoproduceren) terwijl bewonerseen stimulerende houdingverwach- 
ten, ontstaatvaakfrustratie. In Amsterdam ontstonden dergelijke 'mismatches' doordat sommige profes- 
sionals uitgingen van zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid van bewoners. Bewoners die dat in de 
praktijkhelemaal nietaankonden. Ofjuistdoordeomgekeerdesituatie: professionals die veel ondersteu- 
ningwilden bieden aan bewoners die dat niet nodighadden.3 1 Ten tweede moeten de verwachtingen van 
bewoners ten opzichtevan professionals en organisaties regelmatig getemperd worden, want juistgoede 
ervaringen zorgen voor(te) hoge verwachtingen voorde toekomst. Ten derde moeten bureaucratische 
barrieres tijdig geslecht worden, want dezeslaan gemakkelijk een wig tussen bewoners en professionals. 
Langdurige besluitvormingover budgetten, ingewikkelde verantwoordingsformulieren, te vaak bonnetjes 
moeten inleveren, het zijn allemaal drempels die de relatie tussen bewoners en professionals op hetspel 
zetten. Het paradoxal e isoverigensdatveel initiatiefnemers ookeen zekerverlangen hebben naar bureau- 
cratic Burgers willen een systeem dateerlijkheid in hetomgaan metde publieke middelen garandeert. 
Datsysteem moetvolgens hen nietdoorschieten (de bonnetjes), maar het moeterwel zijn.3 2 

Hencjelo: een impasse die wordt doorbroken 

Het straatnamen project in Hengelo laateen lichtere variant van stimuleren zien, maarook hoe uiteenlo- 
pende verwachtingen overrollen tot spanning kunnen leiden. Kenmerkend voordit initiatief was het 
enthousiasmewaarmee het begon. Het werd geboren tijdenseen 'Kansencafe' en uitgewerkt in een aantal 
geanimeerde vergaderingen. Daarin ontwikkelden drie initiatiefnemers en deondersteunende professio- 
nals van de gemeente en een woningcorporatie samen veel nieuwe ideeen voor projecten over schrij vers 



29 Zie E. Tonkens & I. Verhoeven (2011) Bewonersinitiatieven: proeftuin uoor partnerschap tussen burgers en overheid, Amsterdam: Pallas 
Publications, pagina: 54-55. 

30 Idem pagina: 55-58. 

31 Idem pagina: 58-60. 

32 Idem pagina: 60-64 en 73~75- 



naarwie straten in de buurtvernoemd zijn. En ze verzamelden nog meerideeen. In hun bevlogenheid, en 
wellicht uitdienstbaarheid aan de bewoners, organiseerden de professionals devergaderingen en deden 
de ve rs I agl egging. Wat aanvankelijk niet expliciet aan de orde kwam was wie de uitvoering van de activi- 
teiten terhand gingnemen. Het leekerop datde professionals ervan uitgingen datde initiatiefnemers 
ditzelfzouden gaan doen. Een van dedrie initiatiefnemers beschouwdezichzelf nietalsorganisator maar 
meerals iemand Van de creativiteit'. Een andere initiatiefnemer lietzich doorde professionals benoemen 
totvoorzittervan het straatnamen project, maarvuldedie rol niet in zoals (impliciet) werd verwacht: "Ik 
heb het idee al verzonnen, nu denken zezekerdat ikook nogal het werkga doen." 
Nadaterwasgeconstateerd datde mooie ideeen voorhet project toch ookechttot uitvoering moesten 
komen werd er begin novembereen vervolgop het Ka n se n cafe georgani see rd met nadrukkelijkalsdoel 
om bij de voorgenomen deelprojecten nieuwe mensen (vooral buurt bewoners) met relevante kwaliteiten 
tevinden, zodatdie ideeen echt uitgevoerd konden gaan worden. Tijdensde presentatievan het idee voor 
een Kneppelhoutpad werd iedereen enthousiast, inclusief een gemeentelijk medewerker, maarerwerden 
geen nieuwe bewoners gevonden om te helpen. Voor het boek 'Dichter bij de straat' werd een nieuw 
gezichtgevonden; de stroomversnelling kwam pastoen er later meer mensen aanschoven. Van de andere 
plannen is ereen mededankzij aanmeldingen tijdens het kansencafetot uitvoeringgekomen.Twee 
andere ideeen zijn niet aan uitvoeringtoegekomen. De professionals waren intussen opzoek naareen 
meerfaciliterende rol: "Wij faciliteren ja, en soms is het bijzonder moeilijkom hetdaarbij te laten ja, ha 
ha!". In de lach klonk door datde betreffende professional zich bijzonder goed bewustwasvan haarmeer 
stimulerende invullingwaarvanuit haarfunctieeerder faciliteren van haarwerd verwacht. Zo'n mooi 
project d at dreigt niet van de grand te komen, daarwildeze mensen e rg graag voor active re n. De bewo- 
ners werden aangemoedigd om vooral aanvragen voorde buurtbonnen tedoen om de plannen te kunnen 
bekostigen; erwasookeen gedeeltevan hetwijkbudget beschikbaaren erwas sprakevan een 'potje' bij 
dewoningcorporatie. 

De professionals waren hierdusergactief: naastde bijeenkomsten met bewoners organiseerden zeverga- 
deringen metcollega'svan de bibliotheek, hetouderenwerk, hetjongerenwerken degemeente. Iedereen 
was positief over het idee voor een straatnamen project en vooral dat het idee door bewoners was geiniti- 
eerd vond veel weerklank. Tijdens deze bijeenkomsten wisselden de verschillende professionals informa- 
tie uitoverdeontwikkelingen rand de verschillende deelprojecten, werden meningen gedeeld en ontston- 
den nog meerideeen. 

Hetduurdeenigetijd voordatde professionals concludeerden dat hun bijeenkomsten teweinigtoege- 
voegde waarde hadden. Tijdens hun onderlingediscussies hadden zede meninggevormd dat hetde 
bewoners ze If waren diede projecten moesten dragen, nietde professionals. Maar hoe ditgestimuleerd 
kon worden, datwasdevraag. Zolangdeoorspronkelijke initiatiefnemers nietverder kwamen met hun 
plannen, zagen de professionals geen duidelijke rol voorzichzelf. Alleen de medewerkerwijkaanpakvan 
de gemeente en de medewerkers van de woningcorporatie bleven zich inspannen. 
Voor professionals is het aantrekkelijk om aan projecten mee te doen die veel enthousiasme oproepen. 
Maarom testimuleren is het nodigdat bewoners die enthousiast worden en ideeen ontwikkelen, ook 
verderworden geholpen bij de uitvoering van hun plannen. In Hengelozien we duidelijk een spanning 
tussen bewoners die tot een beperkte inzet bereid waren, terwijl ze niet precies wisten wat ervan de pro- 
fessionals verwacht kon worden. Terwijl professionals eigenlijk van mening waren dat 'blauw' zou moeten 
volstaan, maar tijdelijk veel 'rood' lieten zien. Hetgevolgvan deze spanning was een impasse waarin de 
professionals een afwachtende houdingaannamen. 

Het enthousiasme van de aanvankelijke initiatiefnemers verdween echter niet. Een van hen vond een echt- 
paar bereid om hetvoortouwte nemen bij het maken van het boek over de schrijvers van Groot Driene. Dit 
echtpaarwerd doorde medewerkerwijkaanpak in contact ge brae ht met een professionele tekstschrijver 



en uitgeverdietipsen aanwijzingen heeftgegeven. Vervolgens lukte het hen om 25 buurtbewoners te 
vinden die bereid waren om een bijdragete leveren aan het boek. Metgrootenthousiasme is dit project 
verdervormgegeven. De professionals hebben hiernauwelijks nog een rol in gespeeld. "Juistwaarbewo- 
ners het zelf konden regelen zagje het meeste resultaat", aldus de medewerkerwijkaanpak, achteraf. 
Aanvankelijkhad degemeentedeverwachtinggewektom het boektewillen financieren, maarmededoor 
bezuinigingen bleef het bij een kleine bijdrage. De initiatiefnemersvonden via anderewegen geld. Het 
boekwerd feestelijkgepresenteerd tijdens de Boekenweel<2oi2 in de bibliotheekvan Hengelo, in aanwe- 
zigheid van dewethoudervan cultuur. In deweekdaarna hebben de betrokken bewoners deverspreiding 
verzorgd. Op alle adressen in de buurt is een exemplaarvan het boek bezorgd. 

Zowerd ditonderdeel van het project toe h nog door de bewoners zelf afgerond. Het isaannemelijkdater 
eerderresultaten geboekt waren alsde professionals gerichtere begeleiding hadden geboden om van idee 
naarplan en uitvoeringte komen. De praktijk bleekechterweerbarstig. Er waren nog meer personele 
wisselingen bij de betrokken instanties en de bewoners dan we hier hebben beschreven. Dat bemoeilijkte 
decommunicatietussen instellingen en initiatiefnemersen deoverdrachtvan gemaakteafspraken. 
Bij heteerdergenoemde initiatiefvoorhet Kneppelhoutpad liep hetallemaal weeranders. Doorde mede- 
werkerwijkaanpak bij elkaargebracht, vonden de initiatiefnemer, de verantwoordelijkambtenaarvan de 
gemeenteen de uitvoerdervan deaannemerelkaaral snel tijdens een eerste bespreking. De initiatiefne- 
mer brachtals het ware 5.000 euro mee, omdateen buurtbon voorzijn plan wastoegekend, en een goed 
voorstel. De initiatiefnemer dacht sterkin termen van praktische uitvoeringen beschikteoverdeskundig- 
heid opditgebied. Hierdoorwas hij een goedegesprekspartnervoordegemeente. De initiatiefnemer 
werkte het plan verder uit op papier, inclusief suggesties voor materialen die daarbij gebruikt moesten 
worden. Vervolgens is het Kneppelhoutpad aangelegd. 

Hetverloopvan dit initiatief lijktveel op coproductie, zoals weverderopzullen uitwerken, omdatzowel de 
initiatiefnemer als degemeentewilden bijdragen aan de plannen voorde beek. Door een vroegtijdige 
koppelingaan dejuisteambtenaaren de klik metde initiatiefnemerwerd ersnel resultaat geboekt. Er 
kon snel tussen idee en actie worden geschakeld waardoordeenergie, creativiteiten deskundigheid van 
de initiatiefnemer optimaal werd benut. 



Blauw: de faciliterende benadering 

Defaciliterende benadering van bewoners- of burgerinitiatieven berustop het idee dat initiatief spontaan 
van onderopontstaaten datdeoverheid ofandere instanties daar, voor zover nod ig, opverzoekwat 
ondersteuningaan bieden.33 Ditiswatveel bestuurders, beleidsmakersen uitvoerdersvoorogen hebben 
als ze aan hun rol bij bewonersinitiatieven denken. Ze kiezen voorterughoudendheid en zijn bevreesd om 
het initiatiefoverte nemen. Maarhet iszekernietde norm vooralleondersteuning van bewonersinitiatie- 
ven. Soms is een andere aanpak wenselijk, zoals de stimulerende en coproducerende benaderingen dui- 
delijk maken. Dooral teterughoudend tezijn met hetaanbieden van ondersteuningzouden juistdege- 
nen dieondersteuningecht nodig hebben mindervaak initiatieven ontplooien. Ofzouden mensen niet 
weten datde mogelijkheid bestaatom zelf iets voor je buurt tedoen en datdatzelfswordtverwelkomd. 
Faciliteren kan een belangrijke benaderingvan bewonersinitiatieven zijn, omdatvrij veel initiatief inder- 
daad gewoon aan de keukentafel, tijdens feestjes of tijdens devergadering van de buurtverenigingont- 



33 M. Hurenkamp, E. Tonkens &J.W. Duyvendak (2006) Wat burgers bezielt, Amsterdam: Universiteitvan Amsterdam/NICIS Kenniscen- 
trum GroteSteden;J. van derHeijden, L. Van derMark, J. Van Zuylen &A. Meiresonne (2007) Help! een burgerinitiatief, Den Haag: 
In Axis/ Ministerievan BinnenlandseZaken. 



staaten uiteindelijkslechtserkenning, kennisofeen beetjegeld nodigheeftvan degemeente, de 
woningcorporatie of een andere organisatie. Wanneer initiatieven spontaan opkomen en de initiatiefne- 
mersvoldoendegemotiveerd en toegerustzijn om die tot uitvoeringte brengen isergeen reden om veel 
meertedoen. Om erachterte komen wateen initiatiefwel of niet nodig heeft isechteropzijn minst con- 
tact tussen de instellingen de initiatiefnemers nodig. 

Enschede: van rood naar blauw - helpen organlseren en verb'mdlngen kggen 

Het initiatiefvoorhet buurtmuseum in Velve-Lindenhof isaanvankelijkdoorflinkestimulansvan een 
professional van de grand gekomen. Uiteindelijkzijn hetde bewoners die een stichting besturen die het 
reilen en zeilen van het buurtmuseum bepaalt. Het is een mooie casus van verschillende, en ookwisse- 
lendeverwachtingen tussen rood en blauw, en de mogelijke spanning daartussen. 
Erleefden al wel plannen voorhet Buurtmuseum in de buurt, maarhetwas uiteindelijkde buurtopbouw- 
werkerdie een groepje sterkgemotiveerde en vaardige bewoners bij elkaar bracht om het idee te concreti- 
seren. Deopbouwwerkerzette bovendien ideeen op papier, waardoorhij zichzelfzowel inhoudelijkals 
procesmatig in de rol van gangmaker positioneerde. Die keuze werd mede bepaald doorzijn inschatting 
datzondereen stevige impuls van zijn zijde het initiatief niet van de grand zou komen. 
Desturende rol diesamen ging metalle stimulerende bedoelingen wasonderde bewoners nietonomstre- 
den. In deeerste maanden isonderde bewoners regelmatigaan deordegeweestdatzij zelfde inhoude- 
lijke koerswilden bepalen. Ondersteuningvan deopbouwwerkerwaszeerwelkom, maar men wenste 
meer ruimte: "Niet nog meer professionals, datzorgtvoorzuurstofgebrek", zei een van de meestactieve 
bewoners, die overigensde ondersteuningvan deopbouwwerkerwel degelijkwaardeerde. Dat moestdus 
anders: "Hij gaatvan kar-trekker naar kar-duwer", zoals het werd uitgedrukt. Hierwas een grate mate van 
consensus over, en in grate lijnen isdatookgebeurd. 

In het tussen I iggendetrajectdeden zich echterverschillende momenten voorwaaropdeopbouwwerker 
weeraan hetstuurl<wam. Datzorgde soms voorspanningen bij een deel van de betrokkenen. Een van de 
initiatiefnemers die forse problemen had met de rol van de opbouwwerker vertrok kort na een conflict over 
de rolverdeling uit het bestuur-in-oprichting. Onder leiding van de opbouwwerker heeft men vervolgens 
goed stilgestaan bij deverdelingvan deverantwoordelijkheden, juistom de kwestiewiewaarin kon 
beslissen teverhelderen, hetgeen uitmonddein een nieuwe organ isatiestructuur. Erkwam nietalleen een 
algemeen bestuurmetvoorzitter, secretarisen penningmeester. Tevenswerden drie coord inatiefuncties 
ingesteld: een voorhet museum, een voorde buurtkameren een voorhet beheer. De verschillende bewo- 
ners, inmiddels bestuursleden, kwamen betertothun recht nu duidelijkwaswatzezelfstandig konden 
beslissen en waarvooroverleg nodigwas. De inrichtingvan het pand verliep hierna bijvoorbeeld veel 
voortvarender, de opening werd vlotgeorganiseerd en er kwamen expositiesen bijeenkomsten. Dat 
maakte dat de opbouwwerker zich minder geroepen voeldeom in te springen, en deverantwoordelijken 
ook meervrijheid ervoeren; nietalleen ten opzichte van de professional maar ook ten opzichte van het 
bestuur. Zodoende kon erweerharmonieusverdergewerktworden. 

Dezeomslag markeert heel duidelijk hetverschil tussen stimuleren en faciliteren: de mate van inzeten de 
dominantievan deeigen professionele kennis. De professional kreeg meervertrouwen in de capaciteiten 
vandegroepen kwam tot inzicht dat een grate inzet niet langer nodigwas. Daardoorbegon hij zich ook 
dienstbaarderop te stellen qua inzet van zijn expertise, op momenten dat bewonersdaarbehoefteaan 
hadden. Overde noodzaakvan hetopstellen van een jaarbegrotingwas het hele bestuur het eens. Alleen 
was dat een klus die definanciele expertise van de penningmeestervan dat moment te boven ging. De 
opbouwwerker heeft zowe I zelfeen conceptbegrotingopgesteld alseen nieuwe penningmeester aange- 
zocht, waarnadeenergieweerin meerinhoudelijkezaken kon worden gestoken. Aangezien degroep 
bewoners veel capaciteiten had, vooral kennis van de buurt en een betrekkelijk hoogopleidingsniveau, 



waren erslechts specifieke punten waaroperverderondersteuningnodig bleek, en die punten lagen 
merendeels op het organ isatorische vlak. 

Om subsidies te kunnen ontvangen en contracten te kunnen aangaan -zaken dievooreen langer 
bestaand initiatiefzoals het buurtmuseum zekernodigzijn - is het hebben van een rechtspersoonlijkheid 
van belang. Daarbij werd gekozen voorde vorm van een zelfstandige stichting. Dat betekendedaterver- 
schillendewerkzaamheden opde leden afkwamen: onderandere het laten opstellen van statuten door 
een notaris, inschrijving bij de Kamervan Koophandel, hetopenen van een bankrekening, juridische 
verantwoordelijkheid dragen voorvrijwilligers en voortoevertrouwde kunstwerken, overeenkomsten aan- 
gaan met de woningcorporatie en metverzekeraars. Het regelen van dit soort zaken is tijdrovend, vraagt 
om specifieke kennisen werd doorveel groepsleden als nietergaantrekkelijkervaren.Tijd dieaan dit 
soort zaken werd besteed, kon nietaan het 'echte werk' - bijeenkomsten en exposities- worden besteed, 
zowasde beleving bij sommige mensen, en datwasfrustrerend. Deopbouwwerkeradviseerde in deze 
kwestiesen bood praktische hulp doorbijvoorbeeld roosters van aftreden voorbestuursleden op te stel- 
len. Hij hielpookbij het opstellen van dejaarbegroting, hetafleggen van verantwoordingen andere 
financiele zaken toen bleek dat het bestuurdaar moeite mee had. 

Naast het faciliteren van organ isatorische kwesties kwamen via de professional de contacten tot stand 
met de woningcorporatie die het pand bezitwaarin het buurtmuseum uiteindelijkgevestigd zou worden. 
En met het stadsdeel management van degemeentevoorafstemming metdewijkaanpak. Voor hetove- 
rige bleek zijn hulp betrekkelijkzelden echt nodig. De initiatiefnemers waren goed in staatom zelf hun 
vele bestaande contacten in te schakelen voorde aanvragen van financiele ondersteuning, voorverdere 
contacten met de woningcorporatie over deverbouwing van het pand en in hetwerven van andere bewo- 
ners in de buurtom alsvrijwilligerin het museum actiefte worden. En niet in de laatste plaats bleken de 
bestuursleden uitstekend in staat om exposities op creatieve wijze tot stand te brengen en sociale bijeen- 
komsten te organiseren en daarbij per keeradviseurs, sprekers en kunstenaars te vinden. 



Wit: coproductie 

Een derde benaderingvan bewoners-of burgerinitiatieven is coproductie. Hierbij ontstaateen verre- 
gaandesamenwerkingtussen bewoners en instanties, waarbij de instantiesde bewonerswel ondersteu- 
nen maar zelf ook een belang hebben bij het realiseren van het initiatiefen daarbij de samenwerking met 
de burgers goed kunnen gebruiken. Dat belang ontstaatomdat het past in een beleidsagenda; door het 
gemeenschappelijk idee kunnen bestuurlijk/ politiekeambities worden verwezenlijkt. Daaromzijn instel- 
lingen bereid ertijd, geld en middelen in te investeren. Coproduceren betekentdat burgers en ambtena- 
ren partners worden. De bevoegdheden zijn weliswaarverschillend maarde agenda's, decompetenties en 
de verantwoordelijkheden van beide partijen overlappen elkaargrotendeels. 

Leiden: zonder wrijuing geen glans 

HetSingelparkproject is een duidelijkvoorbeeld van coproductie. Toen een van de initiatiefnemers van 
stadslab, gevoed door een ouder plan van degemeente, op het idee kwam om de Leidse singels door een 
Singelparkteverbinden en daarveel gehoorvoorvond bij degemeente, bleek degemeente bereid om 
samen tewerken.Zij investeertveel geld (9,3 miljoen euro) en ambtelijke inzet in degezamenlijke plan- 
nen. De coproductie wortelt in gedeeldeambitie en positieve energie. Van hun kantwillen de leden van de 
projectgroepSingelparknadrukkelijksamenwerken met degemeente en bijdragen aan ideeen, in plaats 
van te gaan klagen, eisen en protesteren zoals in Leiden volgens hen veelvuldig voorkomt. Beide partijen 
zijn zich ervan bewust dat ze samen meer kunnen berei ken dan apart. 



Een anderbelangrijk aspect van dit procesvan coproductie is de open houdingtussen deSingelparkersen 
deambtenaren. Dieopenheid kenmerktzich doorruimtetegeven aan elkaars ideeen en naarelkaarte 
luisteren. Daarnaast isereen aanmoedigendeen vertrouwdesfeervoelbaar. Ookwordtersoepel omge- 
gaan met praktische problemen. Als de gemeente iets niet kan oplossen, dan kunnen de Singelparkers 
inspringen en andersom isditook hetgeval. Deopen houdingwordtookin stand gehouden doorvertrou- 
wen en een informele omgang. Als de Singelparkers en de ambtenaren binnenkomen groeten ze elkaar 
vrolijken vragen elkaar naar persoonlijke l<westies. Ze maken grapjes, die hetvertrouwde karakter bena- 
drukken. 

Deopen houdingwordtvergemakkelijktdoordat beidegroepen in sociaal opzichtsterk op elkaar lijken: 
zezijn hogeropgeleid, gewend tedenken intermenvan projectplannen, begrotingen en faseringen. Initi- 
atiefnemerszijn somszelfambtenaar(in een andere gemeente) of hebben een anderberoepwaardoorze 
geregeld metdeoverheid om tafel zitten. Eriswel een verschil in stijl: Singelparkers werken op een crea- 
tieve, netwerkende, daadkrachtigeen somswatchaotische manier, terwijl degemeentelijke ambtenaren 
juistvolgens taken, functies, regels en procedures werken. Dit is meestal geen probleem: ze accepteren 
elkaars we rkwijze en weten elkaars talenten goed te benutten. Soms leidt het verschil in stijl echtertot 
wrijvingen, zoalsweverderopzullen zien. 

Ten slotte wordt de open houding bevorderd doorde hoge mate van sociale reflexiviteitvan alle betrokke- 
nen. 34 Zezijn zich goed bewustvan hun eigen gedragin relatietotdeanderen. Zoontvingeen van de 
gemeenteambtenaren klachten over het gebruik van de term 'ontwerpwedstrijd' in de persberichten van 
de projectgroep Singelpark, omdatdaarmeede indrukwerd gewektdat het proces al in dezefasewas. De 
leden van de projectgroep zagen in dat dit problemen oplevert en besloten met de suggestie van de 
gemeente mee te gaan om voortaan de term ' ideeen wed strijd' te hanteren. 

De coproductie van dit initiatiefgedijtgoed bij span n i ngen : zonderwrijving geen glans. Doorruimtete 
geven aan tegenstrijdige ideeen en deze daarna op te lossen ontstaan erwerkbare compromissen. Boven- 
dien kan het zijn dat de compromissen uiteindelijk beteruitwerken in de praktijk, omdaterlangeren van 
meerdere kanten over is nagedacht. De wrijvingen die ontstaan tussen deSingelparkersen degemeente- 
lijke ambtenaren kunnen we duiden als competentieconflicten en verwachtingsverschillen. 

Competentieconflicten 

Beide partijen hebben expertise in huisen ermoet beslistworden wiewatgaat uitvoeren. Dit kan leiden 
tot competentieconflicten. Bij devraagwieerverantwoordelijk is, gaat hetautomatisch ookoverdevraag 
"wie is er het meest competent". 

Over het algemeen kijken beide partijen wie een probleem het beste kan oplossen en gebruiken ze elkaars 
expertise en kracht, maarsoms proberen beide partijen te bewijzen datzij deskundigerzijn dan de andere 
partij. Eenvoorbeeld istevinden in dediscussie over het opzetten van de ideeen wed strijd. De Singelpar- 
kers willen dit prestigieusen met internationale naam en faam opzetten en hebben al een lijstje samen- 
gesteld met landschapsarchitecten die hun voorkeur hebben. De gemeente heeftechterook eigen ideeen 
over de deelnemende ontwerpbureaus. Tijdens de vergadering blijkt dat op het lijstje dat de gemeente 
heeft opgesteld bijna geen namen staan die aangedragen zijn doorde Singelparkers. De gemeentelijke 
ambtenaren vinden het erg vervelend voorde Singelparkers en beloven hun lijst aan te passen. Na intern 
overlegen hetsturen van een aantal e-mails passen deambtenaren hun lijstje aan. Beide partijen zijn nu 
erg enthousiast over de lijst metgekozen ontwerpbureaus. 



34 Lichterman, P. (2005) Elusive Togetherness. Church groups trying to bridge America's divisions, Princeton and Oxford: Princeton 
University Press. 



Een andervoorbeeld is het beslissingsproces overde communicatie. De Singelparkers proberen de 
gemeentete helpen met de communicatie in de stad omdatzedaarveel kennisvoorin huis hebben. De 
gemeente heeftechterzelfookeen communicatieafdeling. Voorafzijn ergeen duidelijkeafspraken 
gemaaktoverwiewaaroverzou communiceren en dat leiddeertoedatde Singelparkers het bestaan van 
een ideeenwedstrijd tevroeg naarbuiten brachten. De gemeente had noggeen beslissingoverdeopzet 
van de ideeenwedstrijd genomen, terwijl zij dezezou gaan organ iseren. Tijdens een ve rgad e ring gave n de 
ambtenaren aan datze het niet prettigvonden dat de communicatie nietgoed was afgestemd en erzo 
misverstanden ontstonden. De Singelparkers stemden ermee in datvoordaterartikelen naarde pers 
worden gestuurd, beide partijen de inhoud met afstemmen via e-mail. 

VerwachtingsverschlUen 

Een anderevorm van wrijvingontstaat door verwachtingsverschi lien tussen de Singelparkers en de ambte- 
naren. Een grooten prestigieus project, zoa Is het Singelpark, scheptverwachtingen, enthousiasmeen 
ambitie. Tegelijkertijd moeten de gemeentelijke ambtenaren zich aan de regels houden en moeten zij 
zich verantwoorden ten opzichtevan de po I iti e k. Waar regels zij n, bestaan erook beperkingen. Het is aan 
de ambtenaren om met deze beperkingen om te gaan. De Singelparkers daarentegen zijn in hun doen en 
denken nietgebonden aan deze regels. Dit leidtsomstotverschillendeverwachtingen, teleurstellingen en 
onenigheid. Zowillen de Singelparkers bijvoorbeeld een parkdatvergelijkbaaris metde High Line in New 
York-35 De ambtenaren zijn daar, bijvoorbeeld om budgettaire redenen, terughoudender in. 
De gemeente lost dit op door alleszoveel mogelijkuitte leggen en inzichttegeven inwaarom bepaalde 
ambitieste hoogzijn. De gemeentelijke ambtenaren proberen ook ruimtetecreeren binnen de regels en 
het budget om toch zoveel mogelijkvan deambitieuze plannen doorte laten gaan, en geven daarmee 
blijk van een goed inlevingsvermogen. Deze em path ie en openheid kan rekenen opveel sym path ie van de 
Singelparkers. Zij proberen zich hierdoorop hun beurtsterkerin te leven in de positievan ambtenaren die 
tussen henzelfen de politiek moeten laveren. Deze sociale reflexiviteit beperktconflicten. Daarnaast pro- 
beren Singelparkers de gemeente tegemoette komen door binnen hun eigen netwerkopzoektegaan 
naar investeerders uit het bedrijfsleven om meergeld in het project te kunnen steken. Terwijl in 'traditio- 
nele' vormen van bewonersinitiatieven de gemeente de burger ondersteunt, is in geval van coproductie 
ookwel sprakevan hetomgekeerde. 

De casus Singelpark maaktduidelijkdatgelijkwaardigheid in de relaties (bijvoorbeeld dankzij een verge- 
lijkbare achtergrond) een cruciaal onderdeel is van coproductie van bewonersinitiatief. Gelijkwaardigheid 
en partnerschap onderscheiden coproductie van stimuleren en faciliteren. 



Ondersteuners in ACTIE 

Wie in de praktijkals professional met bewonersinitiatieven te maken krijgt, zal zich afvragen of bij de 
ondersteuningrood, witof blauwdevoorkeurverdient: is stimuleren, coproduceren of faciliteren het 
meestgepast? In de praktijkvan deondersteuning blijken professionals dievraagvaak op basis van een 
vastomlijnde rolopvattingte beantwoorden. Zij kiezen vooreen bepaalde inkleuring: rood of wit of blauw. 
Uitde bovenstaande voorbeelden en eerderonderzoek blijkt echterdat bewonersinitiatieven zich voor- 
doen in allerlei gedaanten. Dieverscheidenheid vraagtom maatwerkin deondersteuning: elkesituatie is 
andersen steltandereeisen aan deondersteuner. Bij bepaalde initiatieven kan metfacilitering(blauw) 
worden volstaan, maarin andereomstandigheden is een stimulerendeaanpak(rood) meeropzijn plaats. 



35 www.thehighline.org 



En als het initiatiefvraagt om actieve betrokkenheid van de gemeente of andere instanties dan kan ook 
coproductie (wit) opportuun zijn. Verder kan de behoefte aan ondersteuning in de loop van het initiatief 
veranderen, zo blijkt bijvoorbeeld in de Enschedese casus. 

Vanwegedieverscheidenheid en dynamiekisdeze handreikinggebaseerd op het uitgangspuntdat suc- 
cesvolle ondersteuning maatwerken zorgvuldigetimingvereisten niet isgediend met een inkleuring 
(rood, wit of blauw) dieoveral en altijd hetzelfde is. Dit uitgangspunt heeftgevolgen voorde manier 
waaropwedeze handreiking hebben vormgegeven. Eris inmiddelseen aantal publicaties in omloopdie 
erop zijn gericht professionals te voorzien van adviezen over de omgang met bewonersinitiatieven. 3 6 
Veelal zijn dat soort adviezen nogal categorisch en ze doen niet altijd recht aan het specifieke karaktervan 
concrete bewonersinitiatieven en deveranderingen in ondersteuningsbehoeften in verschillendefasen van 
het initiatief. Bovendien zijn deze adviezen doorgaans loutergebaseerd op observaties uitde praktijken 
missen zeeen wetenschappelijkonderbouwing. 

Het door onsontwikkelde ACTIE-instrument biedteen overzichtelijk model, waarin aan de hand van de 
vijf letters ACTIE (Animo, Contacten,Toeru sting, Inbeddingen Empathie) de belangrijksteoverwegingen 
aan de orde komen, die ondersteuners in staat stellen om systematisch te bepalen hoe concrete initiatie- 
ven teondersteunen. Hetisgeen HandboekSoldaat, hetgeeftgeen pasklareantwoorden. Datzou ook 
niet passen bij ons uitgangspuntdat maatwerken timing noodzakelijk zijn. Wei biedt het ondersteuners 
een systematisch kaderom zichzelfvragen te stellen overde mogelijke ondersteuningsbehoeften van een 
concreet initiatief. Het instrument biedt ook suggestiesom gegeven hetantwoord opdievraag keuzeste 
maken in dete bieden ondersteuning. 

Het ACTIE-instrument heefteen stevigwetenschappelijk fundament. Het model baseertzich op het 
CLEAR-instrumentvan de Engelseonderzoekers Lowndes, Pratchett etal. 37, die op hun beurtvoortbou- 
wen op Amerikaansonderzoekvan Verba, Schlozman en Brady.3 8 Het ACTIE-instrument is vervolgens in 
eigen onderzoel<39geijkten aangepast met hetoogopdetoepassing bij bewonersinitiatieven. Daarna is 
een conceptversie met hetoogopde praktische relevantietercommentaarvoorgelegd aan tweegroepen 
van ervaringsdeskundigen uitde stedelijke praktijk. 



36 O.a.: J. van der Heijden, L. Van der Mark, J. Van Zuylen & A. Meiresonne (2007) Help! een burgerinitiatief, Den Haag: In Axis/Ministerie 
van BinnenlandseZaken; In Actie met Burgers, (2010) eenmaWge uitgaue van VNGen Ministerie van BZK; Van derSluis, M en M. van der 
Land (2010) Inspelen op Initiatief, Utrecht: Movisie. Utrecht 

37 Lowndes, V., L. Pratchett, et al. (2006) "Diagnosing and remedying the failings of official participation schemes: The CLEAR framework", Social 
Policy and Society 5(2): 281; Lowndes, V. and L. Pratchett (2006). CLEAR: Understanding Citizen Participation in Local Government - and 
How to Make it Work Better, Local Governance Research Unit, Leicester: De Montfort University. 

38 S. Verba, K.L. Schlozman & H.E. Brady (1995) Voice and equality: civic voluntarism in American politics, Cambridge: Harvard University 
Press. 

39 In: BakkerJ., Denters, S.A.H., Klok, P.J. Oude Vrielink, M.J. (2012) 'Citizens' initiatives; how local governments fill their facilitative 
role', Local Government Studies, Volume 38, Issue 4: 395-414, is meertevinden overde toepassing van het CLEAR-model op 
burgerinitiatieven. 








mi 



UmI' 



GELSTRAAT 



rtENDMK LAUflENSZ SPIEGEL 
OCHfER 1549-161? 



' in M 



■>^*#' 



,' 







sur~^^ r *-^*r jp— "*^- 




Fi&L-*' 


aSF'''V >£ 




jPjKjJ^ 














yfj 


ry^J^fr 








A 'Au& J'^liiriVl 




%£tw 


/Vjfly'-tJ 


3T - 


y&^^-JIj/r 


iSlr i' ":■ y?- -^ 




^N&Mf J 


f^-^/yJ^T 












* V IV; 






- >■ 





4. ACTIE voor professionals 



Voorwie? 

Het ACTIE-instrument in dit hoofdstuk is bestemd voor'frontlijnwerkers': participatiemakelaars, buurtre- 
gisseurs, opbouwwerkers, buurtbeheerders en andere professionals die initiatiefrijke buurtbewoners 
willen ondersteunen in hun bijdragen aan leefbarewijken. In hoofdstuk 5 geven we een invullingvan het 
instrument voor beleidsmakers, managers en bestuurders. 

Bij het ondersteunen van bewonersinitiatieven isde belangrijkstevraag voor professionals: hoe kunnen 
wij aansluitend bij een concreet initiatief passende ondersteuning bieden? Bij het beantwoorden van deze 
vraag kan het ACTIE-instrument hel pen. We kunnen hetACTIE-instrumentzien alseen wiel metvijfseg- 
menten: Animo, Contacten,Toerusting, Inbeddingen Empathie. Dezevijfelementen betreffen dever- 
schillendefactoren die bepalen of burgers in actie komen en ofzij een initiatief tot een goed eindezullen 
kunnen brengen. 

A: Animo: motivaties en de drijfveren van burgers om hun initiatief gestalte te geven. 
C: Contacten: contacten met buurtgenoten, organ isaties in de buurten instanties. 
T: Toerusting: de mate waarin de groep burgers beschikt over middelen (geld of natura), tijd en vaardig- 

heden. 
I: Inbedding: de manierwaarop organisaties zijn ingericht om bewonersinitiatieven te ondersteunen. 
E: Empathie: het vermogen van de professionals en hun organisaties om zich teverplaatsen in burgers 

en adequaat in te spelen op hun wensen en verwachtingen. 

De professional vraagtzich bij elk initiatief en opgezettetijden afofdezeelementen bij een initiatief 
voldoende aanwezigzijn en ofereen noodzaak is voorenige ondersteuning. Het ACTIE-instrument is 
geen stappenplan met een voorgeschreven volgordedievan A tot E moetworden toegepast. Het maakt 
niet uitof u bij de Aofde E begint; zolang hetstartpunt maarligt bij burgers als initiatiefnemers. 



Waartoe? 

Het ACTIE-instrument helpt professionals om een goede balanstevinden bij hulp bij initiatieven: tussen 
verwaarlozen en overnemen, sturen en loslaten, tussen te veel en te weinig, te actief en te passief. Dit 
geldtvoorallevijfelementen: 

• ANIMO: Kan ik aansluiten bij de motieven van de initiatiefnemers of moet ik bij sturen? 

• CONTACTEN: Kan ikgebruik maken van interne samenhangof kan ikexterne banden (andere bewo- 
ners en instanties) versterken? 

• TOERUSTING: Mag ik uitgaan van eigen kracht of moet ikaanreiken? 

• INBEDDING: Moet ik uitgaan van de logica van burgers of van de logica van professionele organisaties? 

• EMPATHIE: toon ik als professional betrokkenheid ofdienstbaarheid? 



Op elk van deze punten moet deondersteuner zich in relatie tot het concrete project vragen stellen en 
afhankelijkvan deantwoorden moeterkleurworden bekend: rood, wit of blauw. De steeds terugkerende 
vraag daarbij: volstaatfacilitering(blauw) of moet er actief word en gestimuleerd (rood)? Op het moment 



dat vooreen initiatief actieve en intensieve medewerking van de gemeente of andere instanties nodig is 
komtookcoproductie(wit) in beeld alsoptie. Wezullen dat hiervoorallevijfdeelementen nadertoelich- 
ten, steeds in de structuur'waargaat net over', 'knelpunten', 'hoe metde knelpunten omgaan'en 
'samenvatting'. 



Animo 



Waargaat het over? 

Burgers hebben hun eigen redenen om aan hun initiatieven tewerken. Wezien driesoorten motieven.Ten 
eerste sociale motieven, zoals samen metanderen iets ondernemen (vooranderen). Ten tweed e doe I ge- 
richte motieven: bijdragen aan de kwaliteitvan de buurt, dorp ofstad; vaakvoortkomend uitonvrede met 
dedirectewoonomgeving. Ten derde persoonlijke motieven die aan het eigen belang raken, bijvoorbeeld 
iets nieuws leren of nieuwe contacten opdoen. Deze motieven varieren per initiatief, binnen de groep 
initiatiefnemersen ooktussen groepen initiatiefnemers. Professioneleondersteunersonderkennen ver- 
schillende motieven en houden er in hun ondersteuning rekening mee. 

Knelpunten 

Motivatievormtde brandstofvoor elk initiatief. Met die brandstof moetzuinigworden omgesprongen. 
Vraag is vooral : wan neermoetjeals ondersteuner direct aansluiten bij de eigen motivatievan initiatiefne- 
mersen wanneerisdatongewenst? Initiatieven kunnen ongewenstzijn wanneerze strijdigzijn met 
belangen van andere bewoners of indruisen tegen het beleid van de eigen organisatie. 
Als een gemeente of instantie initiatiefnemers financieel ondersteunt, dooreen subsidie of bijvoorbeeld 
met een voucher, kan zich een anderknelpuntvoordoen. Een dergelijkeondersteuningwerkt meestal 
stimulerend en vaak blijktdat men zo burgers kan activeren. Maarregelmatig koppeltdesubsidiegever 
de ondersteuning aan inhoudelijkevoorwaarden en legtdaarmeezijn eigen prioriteiten op. Ook kunnen 
voorwaarden bij dit soort regelingen leiden tot bureaucratische ballast die demotiverend werkt. 

Hoe met de knelpunten orugaan? 

In het algemeen geldt dat bewonersinitiatieven het beste gedijen als men aansluit bij de eigen motivatie 
van burgers. Datverondersteltdatereen goed beeld bestaatvan die motieven: watwi lien bewoners berei- 
ken, waarom worden zij actief? Er kunnen niettemin goede redenen zijn om een bewonersinitiatief niet 
zonder meerte omarmen. Wanneer het de belangen van andere bewoners kan schaden of tegen het beleid 
van de eigen organisatie ingaat. Is dat hetgeval, dan is het het beste om daaroverzosnel mogelijkduide- 
lijkheid te geven. Burgers eerst hun gang laten gaan om hen te elfder ure te confronteren met onoverko- 
melijke bezwaren, leidttot begrijpelijkonbegripen woede. Bij tijdige opening van zaken, iserruimtevoor 
gespreken gaatergeen onnodigeenergieverloren. 

Hetondersteunen met geld, via bijvoorbeeld subsidies of vouchers kan nuttigzijn. Maar(inhoudelijke) 
voorwaarden die men aan deze steun verbindt sluiten bepaalde groepen mogelijkuit. Zorgerhoedan ook 
voor dat voorwaarden niet leiden totdemotiverende bureaucratische rompslomp. 



Samenvatting Animo 



Den ken: wat is de balans waarop ik me beweeg? 


Doen: hoe kan ikeen evenwichtvinden? 


Aansluiten bij eigen motivaties versus bijsturen 


• Doorvragen op de achterliggende, daadwerke- 


van plannen 


lijke motieven 




• Zoveel mogelijk aansluiten bij de eigen motiva- 


Analytische vragen: 


tie van initiatiefnemers 


• Waarom neemt iemand initiatief? 


• Zijn de motieven overwegend sociaal? Heb aan- 


• Wat betekent deze motivatie voor de relaties met 


dacht voor het onderlinge contact 


andere buurtbewoners? 


• Zijn de motieven doelgericht? Bevorderdat bur- 


• Leidt deze motivatie tot productieve resultaten 


gers snel resultaat kunnen boeken, zodatze 


voorde buurtof niet? 


enthousiast blijven. 


• Zijn erjuridischeofveiligheids-bezwaren? 


• Bij twijfel zo snel mogelijk in gesprek met bewo- 


• Hoe verhoudt deze motivatie zich tot doelen die 


ners 


onze i n sta n tie voor ogen heeft in de buurt? 




• Hoe kan ik burgers enthousiasmeren om initia- 




tief te nemen? 




• En hoe kan ikdedemotiverendewerkingvan 




bureaucratieverzachten? 





Contacten 

Waar gaat het over? 

In hoeverre iseen initiatief ingebed in sociale netwerken in de buurt? We kennen driesoorten contacten 
bij bewonersinitiatieven dievaakworden aangeduid alsvormen van sociaal kapitaal. Bonding social capi- 
ta^ ontstaatals initiatiefnemers contacten hebben binnen hun eigen groep: alleen metouderen, alleen 
met andere Surinaamsevrouwen, alleen metde buren in het eigen wooncomplex. Vanuitdieeenheid 
kunnen saamhorigheid en eendrachtontstaan. Een andere vorm is bridging social capital^, waarbij het 
gaatom de contacten die initiatiefnemers hebben met mensen buiten hun groep oforganisatie: dwars 
dooretnischegroepen heen of ook buiten de buurtvereniging. Linking social capital 2 , ten slotte, gaat 
over de contacten die initiatiefnemers hebben metorganisaties in de buurt en met instanties. Voor suc- 
cesvolle initiatieven iseen passende mix van deze drievormen van kapitaal nodig. 

Knelpunten 

Veel initiatieven ontstaan uit contacten binnen de eigen groep. Soms hebben dezegroepen geen behoefte 
aan contacten met buitenstaanders. Intern scheptdatverbondenheid en eendracht. Maartegelijkertijd 
kan het ertoe leiden dat andere buurtbewoners zich buitengesloten voelen en besluitenom nietmeete 
doen. Eenzijdigsamengesteldegroepen hebben ook een ander probleem. Vaakontbreekt het aan inle- 
vingsvermogen (hoezien anderen ons?) en zelfkritiekin de omgang metanderen. Isde samenstellingvan 



40 Putnam, R.D. (2000) Bowling alone. The collapse and revival of American community, New York: Simon & Schuster. 

41 Idem. 

42 Sreter, S. (2002) The State of Social Capital: Bringing Back in Power, Politics, and History', Theory and Society, 31: 573-621 



degroep initiatiefnemerseenzijdig, dan staat u vooreen aantal vragen: Worden er buurtbewonersten 
onrechte buitengesloten?Staan de leden van degroep open voor nieuweverbindingen? Is hetwenselijk 
om degroep testimuleren omverbindingen metanderen te leggen of moet ikdiecontacten helpen leg- 
gen? 

Andere knelpunten ontstaan in decontacten met instanties. Zonderdiecontacten is het moeilijken soms 
zelfsonmogelijkom initiatieven te realiseren. Bij de leefbaarheid en veiligheid van buurten zijn bijvoor- 
beeld allerlei organisaties betrokken: de gemeente, de politie, scholen, woningcorporaties, welzijns- en 
zorginstellingen of buurtverenigingen. Soms kennen initiatiefnemersdeweg niet bij deze instanties. Ons 
is uitonderzoel<43 een situatie bekend waarbij een buurtbewoonstereen wedstrijd met een daaraan ver- 
bonden prijs had gewonnen vooreen plan voorde plaatsingvan een kabelbaan, maarin een impasse 
kwam toen zezelfgeen idee had hoe hetverdermoest. Ze kreeg het niet voor el kaarom met buurtgenoten 
(of professionals) een team tevormen. 

Doorinitiatiefnemersteverbinden metanderevrijwilligersof met professionals kan hun initiatiefvaak 
verderworden geholpen. Bestaande organisaties kunnen het initiatiefechterooktegenwerken of onhan- 
digermeeomgaan. Netwerken met organisaties kunnen stimulans nodig hebben, maarze kunnen ook 
juisttegroot worden en daardooruitmonden in een gebrekaan slagvaardigheid en een tijdrovend over- 
leg- en vergadercircuit. 

Hoe met de knelpunten orugaan? 

De uitdaging bij de contacten tussen burgers onderling is om steeds te beoordelen of de eenzijdige 
samenstellingvan degroep in de praktijkals problematisch wordtervaren door andere bewoners. Alser 
sprake is van zulkeervaringen dan kan hetde moeite lonen om de eenzijdige groep met andere bewoners 
in contact te brengen. Dat kan bijvoorbeeld door bijeenkomsten te organ iseren waarbij initiatiefnemers 
metvergelijkbare initiatieven el kaar kunnen leren kennen; een typisch stimulerende, 'rode' ingreep. Vaak 
blijken meerderegroepen ongeveerhetzelfdetewillen in een buurt. Doorzete koppelen kunnen hun 
initiatieven zich verbreden en wordt hun samenstellinggevarieerder. Wat betreft het netwerken met orga- 
nisaties: investeren in kennisvan alle mogelijk re leva nte organisaties loont, zo wordt overzichtelijkaan 
wie initiatiefnemers gekoppeld kunnen worden. Zowel bij het leggen van verbindingen tussen groepen 
initiatiefnemers als tussen initiatiefnemers en organisaties is het belangrijkdat men zich realiseert hoe- 
veel nieuwe contacten de betreffende initiatiefnemers aan kunnen en waareen koppelingechteen toege- 
voegdewaarde heeft. 



43 Uit: serie interviews in Overijssel door bachelorstudenten van de UniversiteitTwente, 2010. Nietgepubliceerd. 



Samenvatting Contacten 




Den ken: wat is de balans waarop ik me beweeg? 


Doen: hoe kan ikeen evenwichtvinden? 


Interne samenhang versus externe banden met 


• Bevorderzonodig contacten buiten de eigen 


andere groepen en instanties 


groep, bijvoorbeeld middels netwerkbijeenkom- 




sten voorvergelijkbare initiatieven 


Analytische vragen: 


• Breng burgers in contact met instanties die 


• Hoe zitten de netwerken van de initiatiefnemers 


kunnen bijdragen aan een initiatief 


in elkaar? 


• Breng vergelijkbare burgerinitiatieven met 


• Totwie richten zij zich in hun initiatief? 


elkaar in contact 


• Alleen tot hun eigen groepofook tot andere 


• Voorkom overbelasting, niette veel nieuwe con- 


groepen? 


tacten tegelijk! 


• Isersprakevan een ongewensteenzijdige 




samenstelling? 




• Metwelke organ isaties en instanties we rken zij al 




samen en metwelke zou samenwerkingnuttigzijn? 





Toe rusting 

Waar gaat het over? 

In hoeverre beschikken burgers die een initiatief starten over middelen (geld of natura), tijd en vaardighe- 
den? Professioneleondersteuners erkennen het belangvan deze hulpbronnen bij initiatieven en helpen 
lacunesdaarin teondervangen. Het belangvan geld bij bewonersinitiatieven wordtal langere tijd onder- 
kend doordeoverheid. Optal van plekken is geex peri men teerd met buurtbonnen, wijkbudgetten en vou- 
chers. Daarnaast bieden subsidieverordeningen vaak mogelijkheden om bewonersinitiatieven te onder- 
steunen en wordtondersteuningin natura geboden: het gratis ter beschikkingstellen van vergader- 
ruimte, kopieerfaciliteiten of materiaal. Tijd is een belangrijke hulpbron die burgers zelf inbrengen door 
zich soms langdurigen met veel uren te wijden aan een initiatief. Bij vaardigheden gaat het bijvoorbeeld 
om democratische (overlegvoeren), bureaucratische (organiseren) en sociale (omgaan met kritieken voor 
jezelfopkomen). 



Knelpu nten 

Geld terondersteuning van bewonersinitiatieven heefteen dubbelewerking. Enerzijds maakt het initiatie- 
ven mogelijkdiezondergeld nietzouden ontstaan en het roept bij burgers een gevoel van partnerschap 
metdeoverheid opomdatdeoverheid hun plan wil ondersteunen. Anderzijds leidtgeld ooktot spannin- 
gen waar het gaat om verantwoording. Zieookonder'Animo' en in hoofdstul<5. 

Bij de factor tijd ontstaan soms knelpu nten tussen burgers onderling. Vooral degenen die veel tijd inves- 
teren kunnen gefrustreerd raken dat anderen mindertijd aan het initiatief besteden of veel commentaar 
hebben. Tijd is nog schaarseralserweinig initiatiefnemers zijn die veel hooi op hun vork nemen met een 
ambitieus initiatief. 

Initiatiefnemers en deelnemers blijken dooreen initiatief vaak veel vaardigheden op te steken. Ze leren 
van hun contacten met professionals, ambtenaren en andere burgers. Dat geldt vooral alsambtenaren en 
professionals deverleidingweerstaan om teveel van burgers over te nemen ofjuistomgekeerd om hen 
helemaal los te laten ('eigen kracht'). Deze tegengesteldevisies kunnen in de praktijk leiden tot mismat- 



ches met bewonersinitiatieven. Initiatiefnemers die een stimulerende benadering nodig hebben zijn 
slecht af met professionals die slechts faciliteren en dus afstand houden. Omgekeerd kunnen initiatiefne- 
mers die uitzijn op blauwofwit (faciliteren ofcoproductie) zich zeerergeren aan professionals die hen in 
degeestvan een 'rode' benadering intensief proberen teondersteunen. 

Hoe met de knelpunten orugaan? 

De knelpunten met geld zijn teverhelpen door een flexibele regelingen een goed verantwoordingssy- 
steem in het leven te roepen, dat echter niet meteen zo bureaucratisch wordtdat hetweerdemotiverend 
werkt. 

De factor tijd is maar beperktte beinvloeden. Wei is het van belangom bij vaststellen van tijdstippen van 
overleg, of het aanvragen van vergunningen rekeningte houden met de beschikbaarheid van burgers. Bij 
een blauwe of witte benadering past het een ondersteuner meestal niet om zich te mengen in onderlinge 
problemen (tussen bewoners) over beschikbare tijd. Bij een 'rode' benadering daarentegen is bemoeienis 
wel op zijn plaats. Signaleren of bij een initiatiefonvoldoende mensen metde nodigevrijetijd betrokken 
zijn, en op basis van ken n is van de buurtsuggestiesdoen overgeschikte nieuwevrijwilligers, hoortdan bij 
de taken van een ondersteuner. 

Tenslotte: kennisen vaardigheden kunnen werkende-wegontstaan. Soms is het ook op zijn plaats om 
bewoners de mogelijkheid te geven cursussen te volgen; bijvoorbeeld oververgaderen en besluitvorming, 
overcommunicatieen PRofjuistovertuinieren (vooreen project met geve I tu in tjes). Het is maar net wat 
er nodig is. 

Samenvatting Toe rusting 

Den ken: wat is de balans waarop ik me beweeg? Doen: hoe kan ik een evenwicht vinden? 



Uitgaan van 'eigen kracht' versus aanreiken onder- 
steuning 

Analytische vragen: 

• Welkeondersteuningsbehoefte hebben initia- 
tiefnemers? 

• Waarin zit die behoefte precies: tientjes, tijd, 
talenten of een mixdaarvan? 

• Hoe kan een flexibele ondersteuningeruitzien? 

• Wat zijn binnen en buiten de eigen organisatie 
creatieveoplossingen om initiatiefnemers te 
helpen zoeken naar (bijvoorbeeld) geld? 



• Houd poolshoogte over behoefte aan ondersteu- 
ning 

• Stimu leer zoeken van nieuwevrijwilligers bij 
overbelasting huidige initiatiefnemers 

• Stimuleer initiatiefnemers om van andere initia- 
tieven te leren. Legverbindingen naar andere 
initiatieven of andere buurtbewonersdie kunnen 
helpen 

• Schep mogelijkheden voor bewoners om cursus- 
sen te volgen 



Inbedding 

Waargaat het over? 

Bewonersinitiatieven komen vanuit het perspectiefvan de overheid, woningcorporaties ofwelzijnsinstel- 
lingen Van buiten'. Deze instantieszijn van oudsherhoofdzakelijkingerichtop het uitvoeren van hun 
eigen beleid, metdaarbij behorende (bureaucratische) organ i sat ievorm en die volgens een eigen logica 
werken. Veelal raken bewonersinitiatieven aan hetwerkveld van meerderevan organ isaties en afdelingen. 



Voorde meeste bewoners is het moeilijkom zich in dit bestuurlijkoerwoud een wegte banen en zich te 
verzekeren van de medewerkingvan de instanties. 

Knelpunten 

Bij het inspelen op en het stimuleren van bewonersinitiatieven worden er nieuwe eisen gesteld aan de 
logicavan de organ isatie. Deze richtzich op partnerschapen samenwerking, denkend vanuit burgers in 
plaatsvanuitzichzelf. Het is in de praktijkvaak nietzo datde hele organisatie op dit denken wordt inge- 
richt. Toch hebben initiatiefnemers vaak expertise of medewerking nodig vanuit verschillendeonderdelen 
van uw organ isatie. Daarbij krijgen ze meestal te maken met col lega's die van u it de organ isatielogica 
opereren. Burgers kunnen contacten met hen ervaren als rigide, doordatzij strakaan regelsen procedu- 
res vasthouden. Ofzevoelen zich van het kastje naarde muurgestuurd, omdat iedereen de eigen vera nt- 
woordelijkheden duidelijk heeftafgebakend: "Ikgaalleen oververgunningen, voorde huurvan kramen 
moet u bij mijn collega van markttoezichtzijn". Dit kan de inbeddingvan initiatieven bemoeilijken. 

Hoe met de knelpunten orugaan? 

Werken metdeorganisatielogicaaan deene kanten de burgerlogicaaan deanderevergt nietalleen 
balanceerkunst, maarvraagtookom een bepaalde rolopvatting: "Wegaan helpen en hoe doe n we d at?" 
in plaatsvan "Kan ditwel en magditwel?" De uitdagingis om zogoed mogelijkin te spelen op bewo- 
nersinitiatieven doorvertalingen tevinden tussen de logicavan burgers en die van professioneleorganisa- 
ties. Ondersteunersvan bewonersinitiatieven kunnen een handje helpen door burgers binnen deorgani- 
satiedewegtewijzen. Bovendien kunnen zij aan hun collega's uitleggen wat initiatiefnemers nodig heb- 
ben en inschatten of hun collega rigide of juist flexibel met die behoeften omgaat. Uiteraard kan geen 
ijzermet handen worden gebroken. Hetveranderen van de regelsofdecultuurin een organisatie is een 
groteopgavewaarin politici, bestuurders en managers hetvoortouw moeten nemen. In hettweededeel 
van deze brochure besteden weaandachtaan hoe zij de inbeddingvan bewonersinitiatieven op voorhand 
kunnen vergemakkelijken. 

Bij sommige initiatieven isde benodigde medewerkingvanuitde eigen organisatie afwezig of beperkten 
dan luistert die inbedding minder nauw. Maarin anderegevallen, zekerin hetgeval van coproductie (wit), 
is deze afstemming essentieel. 

Samenvatting Inbedding 

Den ken: wat is de balans waarop ik me beweeg? Doen: hoe kan ik een evenwicht vinden? 



Logicavan burgers versus logica professionele 
organ isaties 

Analytische vragen: 

• Wie vormen binnen de eigen organisatie en 
binnen andere organ isaties de natuurlijke part- 
ners van dit initiatief? 

• Hoe kunnen problemen van rigiditeit en het 
afschuiven van verantwoordelijkheid tot een 
minimum beperkt worden? 

• Hoedattevermijden zondertevervallen in wil- 
lekeur? 



• Bemiddel als makelaartussen initiatiefnemers 
en de eigen organisatie of andere organisaties 

• Bevorder bij collega's een flexibele toepassing 
van regelsen procedures 

• Zorgvoorintercollegiaal overleg tussen collega's 
die veel te maken hebben met bewonersinitiatie- 
ven, om barrieres te slechten en te bevorderen 
datzeelkaaraanspreken op rigiditeit en wille- 
keur 

• Handel met als basishouding: 'het kan well' 

• Doe bij structured problemen een beroep op het 
management van uw organisatie 



Em path ie 

Waar gaat het over? 

Hetlaatsteen misschienwel belangrijkste element in hetACTIE-instrument isempathie: begripontwik- 
kelenvooren inlevingin deander. Empathiewerktalle kanten op. Hetiseen resultaatvan bewonersinitia- 
tieven waarbij burgers die elkaar niet kenden ofvoorheen negeerden, elkaar leren begrijpen. Maarempa- 
thieisookeen belangrijkonderdeel van deondersteuningvan bewonersinitiatieven. Het is het product 
van investeren in relaties met initiatiefnemers. Hier ligt de focus op empathie in de relatie tussen initia- 
tiefnemers en ondersteuner. 

Knelpunten 

Defaciliterende rol diedeoverheid aanneemt leidt bij burgers tot het gevoe I datzij belangrijkzijn, dat 
hun initiatieven ertoedoen omdatzeeen bijdrage bieden aan publieke belangen in de buurt. De betrok- 
kenheid van deoverheid ofandere instantiesvatten bewonersvaakop alseen partnerschap. Ditgevoel 
brengteen vraagom aandachtvan u en uworganisatie metzich mee. Initiatiefnemers zijn op zoek naar 
zinvol contact, een luisterend oor, waardering en erkenning. Het dilemma bij de vraag om aandacht is dat 
van betrokkenheid versus ondergeschiktheid. Ookhierisde uitdagingom dejuiste balanstevinden. 
Goedeondersteuningveronderstelt aandacht en begripdie nietontaardt in een ondergeschikte houding 
van 'u vraagtwij draaien'. Bij het balanceren moeten zowel professionele overwegingen als de wensen en 
verwachtingen van de initiatiefnemers meewegen. 

Hoe met de knelpunten omgaan? 

Vooreen goede relatie is helderheid over afspraken van belang. Maakduidelijk water wel en nietgeboden 
kan worden. Niet nagekomen afspraken kunnen de relaties ernstigschaden. Ookzonderharde afspraken 
kunnen er bij initiatiefnemers stilzwijgende verwachtingen bestaan over wat een organ isatie moetdoen of 
leveren. Wanneereen ondersteuner hier niet van opde hoogte is kan dittotgroteteleurstellingen leiden. 
Probeerdaarom deze verwachtingen boven tafel te krijgen. 

Samenvatting Empathie 

Den ken: wat is de balans waarop ik me beweeg? Doen: hoe kan ik een evenwicht vinden? 



Betrokkenheid versus ondergeschiktheid 

Analytische vragen: 

• Hebben de initiatiefnemers voldoende hetgevoel 
dat ze worden gehoord en dat er serieus wordt 
gereageerd op wat ze doen? 

• Is er voldoende het gevoel dat men bij u terecht 
kan of is erte veel afstand? 

• Zijn erduidelijke afspraken gemaakt over wat 
wel en nietverwacht kan worden? 

• Is er voldoende aandacht voor het onderhouden 
van de relatie metde initiatiefnemers? 



Luisteren wees duidelij ken eerlijk over het ge bo- 
dene 

Vraag expliciet naar verwachtingen en wensen 
voordeondersteuning 

Vermijd bureaucratischeen ambtelijketaal en 
optreden. Leef mee en toon betrokkenheid door 
ongevraagd contact met initiatiefnemers 
Zorgopcruciale momenten voor waardering en 
erkenning 

Bij verhindering voor een bijeenkomstof belang- 
rijkegebeurtenis, regel een vervanger en/of bel 
even op metteksten uitleg 



5. ACTIE voor beleidsmakers, 
managers en bestuurders 



Voorwie? 

ACTIE-i instrument in dit laatste hoofdstuk is bestemd voor bestuurders en beleidsmakers; (wijk)mana- 
gers, coord inatoren, (stadsdeel)wethouders, algemeen participatiemedewerkers en anderen .... Voor hen 
beschrijven we hier hoe metde vijfACTIE-elementen rekening kan worden gehouden bij regelgevingen 
beleid. 

Wat betekenen bewonersinitiatieven voor beleid, bestuur, organ isatie en regelgeving? Bewonersinitiatie- 
ven passen in degeestvan dezetijd. In hetVerenigd Koninkrijk heeftde nieuweconservatief-liberale 
coalitieonderhet motto 'Big Society' een begin gemaakt met hetversterken van degreepvan bewoners 
op hun eigen leefomgeving, onder het motto "Government alone does not make great places to live, 
people do. People who look out for their neighbours, who take pride in their street and get involved -from 
the retired teacherwho volunteers in the village shop once a month, to the social entrepreneurwho runs 
the nursery. "44 

Ook in Nederland is het idee van burgerinitiatieven omhelsd als een mogelijkheid om de verhouding 
overheid-samenlevingte herijken. In de regeringsverklaringvan het kabinet-Rutte I wordtde noodzaak 
beklemtoond om te komen tot een bestrijdingvan 'bestuursobesitas'; men acht het hoogtijd de overheid 
'opdieettezetten' en bepleiteen "kleineen krachtige overheid die toe kan met minder belastinggeld, 
minder regels en minder ambtenaren en bestuurders". Daartoe moet nietalleen hetlokaal bestuur meer 
armslag krijgen, maarer moet ook meer ruimte komen voor het eigen initiatiefvan burgers: "De kracht 
van Nederland zit in iedervan ons, in elke inwoner. En het is die kracht die we als kabinetwillen mobilise- 
ren". 

De huidige politiek-bestuurlijkeomhelzingvan burgerinitiatieven staat natuurlijk niet losvan de nood- 
zaak tot grootscheepse bezuinigingen. De roepom meer ruimte voor burgers, professionals en maat- 
schappelijke organisaties kunnen we echter niet afdoen als een 'rechtse hobby' of een opportunistische 
bezuinigingsstrategie. Zo benadrukken ookde linkse publicisten Nicode Boer en Jos van derLansde 
wenselijkheid van een publiekdomein waarin meer ruimte wordtgeboden aan 'burgerkracht'.45 Histo- 
risch bezien kan verder worden vastgesteld dat het belangvan de eigen kracht van individuen en gemeen- 
schappen (liberalisme), soevereiniteit in eigen kring (christendemocratie) en het cooperatieve principe 
(I ibertair social isme) breed gedragen word ten een bestendig principe vormt in onze staatkundige 
geschiedenis. 4 6 Kortom, de politieke hoofdstromingen hebben allemaal hun eigen redenen om bewo- 
nersinitiatieven tewillen stimuleren. 

Ook in het beleid is deaandacht voor burgerinitiatieven niet zonder meer nieuw. Zo is vanuit het ministe- 
rievan BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties een beleid ingezet dat probeert ambtenaren en sociale 
professionals meerontvankelijkte maken voordergelijke initiatieven. Dit ministerie heeftin 2008 samen 



44 Department for Local Government and Communities (2011) A plain English Guide to the Localism Act, p. 8, http://www.communities. 
gov.uk/documents/localgovernment/pdf/1896534.pdf). 

45 N. de Boer en J. van der Lans (2011) Burgerkracht. Detoekomst van sociaal werk in Nederland, Den Haag: Raad voorMaatschappelijke 
Ontwikkeling. 

46 B. Denters en H.J. Kaiser (2011) Gezondecjemeentenrslimme uerbindingen, Bestuurswetenschappen, afl. 31 - 05 - 2011. 



metde Verenigingvan NederlandseGemeenten in het project In Actie met Burgers! in verschillende 
gemeenten geex peri men teerd met burgerinitiatieven. Bovendien isdoorhetvoormalige ministerievan 
Wonen, Wijken en Integratie (WWI) in het kadervan dewijkaanpakveel energieen geld gestoken in de 
bevorderingvan bewonersinitiatieven in oude stadswijken in een aantal grote steden.47 Dieondersteu- 
ning is vaak nuttig. Zoals Mark Rutte tijdens de presentatie van het recente WRR rapport Vert rou wen in 
burgers zei over initiatieven: "Soms hebben ze een klein opkontje nodig". 

Erzijn allerlei redenen waarom (lokale) overheden en instellingen burgerinitiatieven positiefwaarderen 
en daarom ookwillen stimuleren. Ten eerste: initiatieven kunnen bijdragen aan de leefbaarheid, sociale 
cohesieen integratie. Ten tweede: als burgers zelfdeoplossing van problemen ter hand nemen,dan mer- 
ken ze hoe lastig soms de opgaven zijn waarvoor bestuurders staan. En als er in het project sprake is van 
een goede samenwerkingdan kunnen betrokken burgers meervertrouwen ontwikkelen in bestuurders en 
ambtenaren. Ten derde bieden initiatieven burgers mogelijkheden om hun kennis en vaardigheden te 
vergroten. Participeren in initiatieven kan burgers helpen om in de relatie naarbuurtgenoten en instan- 
ces effectievervoorzichzelf op te komen en kan leiden tot meer begrip voorde opvattingen en belangen 
van anderen en betrokkenheid voorde publiekezaak. 

Zekerals- in tijden van recessie- initiatieven van burgers besparingen opleveren isde bereidheid om die 
te ondersteunen aanwezig. Die ondersteuningwordt in belangrijke mate vorm gegeven door professionals 
(zie hoofdstul<3 en 4). Hetfunctioneren van dieondersteuners staatofvaltechtermeteen betrokken 
organisatieomgeving. Alleen met rugdekkingvan hetgemeentelijkapparaaten lokale instanties is het 
voorondersteuners mogelijkadequaat in te spelen op initiatieven. Overde vereisten aan ondersteuners 
ging hetvorige hoofdstuk; dit hoofdstukgaat overwat burgerinitiatieven vragen van bestuur, organisatie, 
beleid en regelgeving. 

Ookop beleids-of bestuurlijk niveau kan devraagworden gesteld hoeondersteuning het bestegeboden 
kan worden. We onderscheidden eerderdrie benaderingen van burgerinitiatieven: stimuleren (rood), 
faciliteren (blauw) en coproductie (wit). 

Bij stimuleren (rood) spelen professionele ondersteuners een belangrijke rol in hetaanjagen en draaiend 
houden van initiatieven. Hieroverheerstdegedachtedat burgerkrachtvoornamelijktotwasdom komtals 
de overheid en instellingen die initiatieven actief stimuleren en ondersteunen. Ruimte scheppen is niet 
voldoende, burgers moeten in hetalgemeen 00k worden aangemoedigd en toegerustom die ruimte effec- 
tiefte benutten. 

Bij faciliteren (blauw) staan eigen initiatief en zelfredzaamheid van burgers centraal en is de inbreng van 
professionals beperkttot het mogelijk maken van het initiatief en het wegnemen van belemmeringen. Het 
leidende idee is hierdat initiatieven het beste gedijen als de overheid zich bescheiden opstelt en het initi- 
atief overlaat aan burgers en hun organ isaties. Minder overheid leidtin deze visie tot meer burgerkracht. 
Deondersteuning kan dan worden beperkttot het scheppen van ruimte, hetopruimen van belemmerende 
regels, procedures en routines en het bieden van erkenning, kennis, of soms een klein beetje geld. 
Bij coproductie (wit) we rken burgers en (overheids)instanties in een project direct en intensiefsamen. Het 
idee is hiernietzozeerom 'de bal bij de burger' te leggen, maarom doorsamenspel te scoren. In hoofd- 
stuk 3 hebben we gezien dat in de praktijk bij individuele ondersteuners nogal eens de neiging bestaat 
om deondersteuning van burgerinitiatieven van u it een opvatting(rood, wit of blauw) vorm tegeven. De 
drie geschetste benaderingen van ondersteuning markeren uiteenlopende posities op de balans tussen 
minder of meer actieve betrokkenheid van overheden en instellingen. Daarom zien wedatde keus voorde 
eneofandere benadering bij devormgevingvan gemeentelijk beleid vaakwordt bepaald door politieke 



47 M.J. Oude Vrielink & I. Verhoeven (2011) 'Burgerinitiatieven en de bescheiden overheid', Beleid en Maatschappij, vol. 38, no. 4: 380- 
381. 



voorkeuren van lokale bestuurders. Erzijn twee redenen waarom een algemene, politiekge'i'nspireerde 
benaderingnietzondermeerverstandigis. In hoofdstul<3 en 4 is al geconstateerd datgezien devarieteit 
aan initiatieven een uniformeaanpakdoorondersteuners nietgewenst is. Vooreen adequate ondersteu- 
ningis maatwerkvereist. Ookvoorhet beleid en de organ isatie is hetzaakom flexibel in te kunnen spelen 
opdeverscheidenheid van burgerinitiatieven. Daartoe is hetvooral van belangdatmen hiervoorin het 
beleid voldoende ruimte laat. 

Eris nog een andere reden waarom in gemeentelijk beleid voor burgerinitiatieven een pragmatischeen 
open benadering de voorkeurverdient. Het concept burgerinitiatief, zoals dat onder meer is vormgegeven 
in het landelijke beleid, impliceert dat initiatieven van burgers centraal staan en datdeoverheid zo nodig 
participeert in zulke initiatieven. Dat is een wezenlijkanderuitgangspuntdan het idee achter andere 
participatievormen, waarbij burgers participeren in beleidsvormingdoordeoverheid -zoals bij interac- 
tieve beleidsvorming hetgeval is.4 8 Ookdaarom is het nietverstandigom al opvoorhand op basis van 
politieke uitgangspunten strakkevastomlijnde kaders teontwikkelen. Initiatieven van burgers vormen het 
startpunten pas als duidelijk iswatdeze initiatieven behelzen en welkeondersteuningeventueel gewenst 
is, komen overheden en instanties in beeld. 

Deze les kunnen we bijvoorbeeld trekken uitde manierwaarop in Amsterdam de wijkbudgetten zijn inge- 
voerd.49 De invoering van deze budgetten was een chaotisch proces. Het systeem met wijkbudgetten om 
initiatieven te stimuleren en bekostigen moest in allerijl in de krachtwijken worden ingevoerd nadat het 
kabinet-Balkenende IVhiertoe besloten had. Onder hogetijdsdruk moest worden volstaan met een rege- 
ling voor wijkbudgetten metzeeralgemeen geformuleerde beleidsdoelen ("meer, bredereen betere bewo- 
nersparticipatie" en "laatduizend bloemen bloeien") en erwerd nietalteveel beleid ontwikkeld op de 
benodigdeondersteuningsstructuur. Het door Amsterdam ontwikkeldestimulerende beleid lietde uitvoe- 
rende professionals veel ruimte om zelf invullingtegeven aan hun taken. 5° Om hen wat meerhouvastte 
bieden organiseerdedecentralestad een intervisiegroep voor deze professionals, zodatzij van elkaars 
ervaringen konden leren. Pas nageruimetijd zote hebben gewerktwerd het beleid gaandeweg aange- 
past. Doordat het beleid, misschien wel noodgedwongen, niet helemaal was dichtgetimmerd bestond er 
ruimte voor beleidsleren: de lessen van de uitvoeringspraktijkwerden in beleid vertaald. Dit isalthansde 
grotegemenedelerdiewewaarnemen in de handelingen van somszeeruiteenlopende beleidspraktijken 
van de betrokken Amsterdamsestadsdelen en decentrale stad. Hetvormteen mooie illustratievan hoe 
overheidsparticipatie (hoewel hetzo niet heette in het Amsterdamse beleidsjargon) kan werken en een les 
dat het onverstandig is om bij bewoners- of burgerinitiatieven van tevoren met een vol led ig sluitend 
beleidskaderte komen. Hetontwikkelen van zo'n beleid is een reflex die wel I icht past bij andere vormen 
van burgerparticipatie, maardiezich slechtverdraagt met de idee van burgerinitiatieven waarin overhe- 
den (en instellingen) participeren. Bij dergelijke initiatieven horen zeerruime kaders, maatwerken het 
leren op basis van de concrete in de praktijkgeleerde lessen. Noodzakelijkeaanpassingen van beleid, 
organ isatie en regelgeving kunnen vooral doordeondersteuners worden gesignaleerd, die van geval tot 
geval hetbeste kunnen bepalen waterwel of niet moetgebeuren. 

Bij het bevorderen van het beleidsleerproces uitde uitvoeringspraktijk is het belangrijkom slagvaardigte 
zijn en ad-hoc-oplossingen te ontwikkelen op het moment (en pas dan) als blijkt dat routines en regels 
een initiatief in deweg staan. De belangrijkstevoorwaardedie men als politiekof bestuurlijkverantwoor- 



48 J. van der Heijden, R. Van dam, R. Van Noortwijk, I. Salverda, I. van Zanten (red.) Experimenteren met burgerinitiatief. Van Doe-het-zelf- 
naar Doe-het-samen-maatschappij, Den Haag: Ministerievan BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties. 

49 E. Tonkens & I. Verhoeven (2011) Bewonersinitiatieuen: proeftuin voor partnerschap tussen burgers en ouerheid, Amsterdam: Pallas Publicati- 
ons. 

50 E. Tonkens & I. Verhoeven (2011) Bewonersinitiatieuen: proeftuin uoor partnerschap tussen burgers en ouerheid, Amsterdam: Pallas Publicati- 
ons., pag: 29-32. 



delijke dient te borgen isdatde ondersteuners hun werk naar behoren kunnen doen (zie 'Inbedding' 
hierna). Voor het overige past beleidsmakers en bestuurders bij initiatieven vooral terughoudendheid. 
Niettemin kunnen zij in hun doen en laten, naast het bieden van voldoendewerkruimteaan de ondersteu- 
ners, in een aantal andereopzichten ookbijdragen aan hetsuccesvan initiatieven. Deverschillendeaan- 
dachtpunten die hierbij relevant zijn, rubriceren we wederom aan de hand van het ACTIE-instrument. Bij 
dezeaandachtspunten doet men ergoed aan om nut en noodzaakom tot ACTIE over tegaan bij de 
betrokken professionals en liefstook bij een aantal initiatiefnemerste ijken. 



Animo 

Voorsuccesvolle burgerinitiatieven isomte beginnen nodigd at burgers initiatieven willen nemen. Bewo- 
ners worden bijvoorbeeld opgeroepen ofdirect persoonlijk benaderd om ideeen teontwikkelen en aan de 
gemeenteen aan elkaar kenbaarte maken. Somsgebeurtdat in een com petitieve setting waarin wijkbe- 
woners in een bijeenkomst een keus maken uit ideeen van wijkgenoten. Er kan bijvoorbeeld een wedstrijd 
worden gehouden waarbij groepjes burgers binnen een wijk hun ideeen aan elkaar presente re n en ze in 
stemrondes bepalen wieerwint (Zwolle). Of er kunnen prioriteiten worden gesteld voorde bekostigingen 
indien nodigenige coordinate plaatsvinden (wijkaanpak Deventer). In anderegevallen zijn de bijeen- 
komsten meerbedoeld om mensen met elkaar in contact brengen en om 'metde benen optafel' te komen 
totcreatieve ideeen voor een gezamenlijkinitiatief, zoals in het Kan sen cafe G root Driene in Hengelo. 

Ka risen cafe G root Driene 

Het kansencafe in Groot Driene in Hengelo is een mooi voorbeeld van het stimuleren van de animo om 
iets tegaan doen voorde buurt. In gemeentelijkonderzoel<5 1 werd geconstateerd daterin Groot Driene 
ergweinigactiviteitvan bewoners afkomstigwas, erwaren verschillende signalen datde bewoners 'wel 
ietswilden' metcultuurin dewijk. Daarom hebben gemeenteen woningcorporatie een aansprekende 
vorm gezocht om bewonersactiviteiten op hetgebied van cultuurte stimuleren. Een elfkoppige project- 
groep van professionals en bewoners heeft in januari 2010 een Kansencafe georganiseerd. Via een soort 
sneeuwbaleffectsysteem heeft elk lid van de projectgroep twee wijkbewoners uit mogen nodigen. Erwerd 
speciaal gezocht naar'creatievegeesten'. Tijdens dezeergeanimeerde bijeenkomst isgepraat, geschil- 
derd, gegeten en gedronken, en uiteindelijk zijn alle nieuwe ideeen voorde buurt geinventariseerd. 

Het kansencafe Groot Driene is een laagdrempelige en relatiefgoedkope manierom de animo van bewo- 
ners voor een initiatief in hun buurt aan te wakkeren. Aanvankelijkwaren bewoners en de betrokken pro- 
fessionals zeer enthousiast, maar het bleek moeilijk om dat enthousiasme vast te houden. Er bleek een 
vervolg nodigvan ondersteuningdoor professionals totdat initiatieven voldoendezijn ontwikkeld en op 
eigen benen kunnen staan. Andere laagdrempelige en goedkope mogelijkheden voor het aanwakkeren 
van animo zijn prijzen uitreiken voor het mooiste initiatief in de buurt en dit in de lokale media breed 
uitmeten; of een ideeenbus in dewijk waar mensen een eerste idee voor een initiatief in kwijt kunnen en 
dan hulp krijgen van een professionals om het idee om tewerken tot een real iseerbaar initiatief. Een com- 
binatie metenigefinancieleondersteuning, zoals een wijkbudget, werkt in de praktijkgoed. 
Voorde motivatie van de burgers is van belangdat rond dergelijke budgetten geen enorm bureaucratisch 
circus wordtopgetrokken. In onsonderzoekisgebleken dat initiatiefnemersvaak'uitslag krijgen' van de 
stortvloed aan formulieren, het am btelijke jargon, trage besluitvormingen de ingewikkeldecontrole-en 



51 Gemeente Hengelo (2008) Wijkplan Groot Driene 2008-2011 



verantwoordingsprocedures rond subsidieregelingen. Tegelijkertijd is hetwel zaakom publieke middelen 
opeen transparante manierteverdelen met hetoogopde publieke verantwoording van het besteden van 
belastinggelden. Bewonersvinden hetzelfook prettigalserduidelijke kaderszijn op grand waarvan 
beslistwordt over deverdeling van wijkbudgetten en alsercontrolewordt uitgeoefend opde besteding 
van middelen. 

Bovendien kan het bestuuropgoedegronden vinden dat men bepaalde initiatieven nietwil bevorderen 
omdatze strijdigzijn met de wet of met het publiek belang. Naarmateertevoren meer beperkingen wor- 
den gesteld zal de regeling minder aantrekkelijkzijn voor potential e initiatiefnemers. Hetaantal geno- 
men initiatieven zal kleinerworden en erontstaatvermoedelijk meerselectiviteit in wieeractiefworden, 
namelijkalleen degenen die competent genoegzijn om heteisenpakkettedoorgronden. Belangrijk iswel 
dat voor zover men belooftecht ruimtete bieden aan burgerinitiatieven, erbestuurlijkookdaadwerkelijk 
bereidheid moetzijn om teaccepteren dat die ruimte regelmatigopeen andere wijzezal worden benut 
dan men zelf gedaan zou hebben. Een klein voorbeeld: het boekoverde schrijvers in Hengelo is in de hele 
buurt huisaan huisverspreid. Deondersteunersvan degemeenteen dewoningcorporatievonden dit 
eigenlijkzonde, zewaren bang dat erte veel exemplaren in deoudpapierbakzouden verdwijnen. Dit is 
wel metde initiatiefnemers besproken, maardeze hebben hun eigen idee uitgevoerd. 
Ookzou men nietterug moeten komen optevoren gewekteverwachtingen. Eersteen initiatiefstimuleren 
om hetvervolgensalsnogafte keuren, isfnuikend voordeanimo bij de initiatiefnemers en voorde bereid- 
heid van andere burgers om in een later stadium een initiatiefte starten. Hoe logisch ditook klinkt, in de 
praktijk komt het nog steeds voor dat gewekteverwach tinge n niet worden ingelost. 



Samenvatting Animo 




Den ken 


Doen of late n 


Balans: 


• Sluitzoveel mogelijkaan bij de eigen motivatie 


• Volledige ruimte geven aan burgerinitiatieven 


van initiatiefnemers (zo ruim mogelijke inhou- 


versus stellen van beleidsprioriteiten. 


delijke kaders) 


• Analytischevragen: 


• Zorg voor een eenvoudige regelgeving random 


• Is prioriteitstelling door de eigen organ isatie 


verantwoording: voorkom bureaucratische 


wenselijk? 


rompslomp 


• Zijn erkaders nodigom de ruimte voor burgeri- 


• Geefvooraf helderheid bij het stellen van eigen 


nitiatieven afte bakenen? 


politieke prioriteiten en kaders 


• Wat in uw organ isatie kan motivatie van burgers 


• Als men als gemeente of instantie een initiatief 


stimuleren ofjuistafbreken? 


eenmaal steun heefttoegezegd, dietoezegging 




ookgestand doen. Accepteerdat burgers aan 




initiatieven eigen invul ling geven. 



Contacten 



Voorsuccesvolle burgerinitiatieven is het van belang dat initiatiefnemers binnen de buurt goede contac- 
ten hebben. Gemeenten kunnen bijdragen aan goede contacten tussen bewonersdoornetwerkbijeen- 
komsten of informatiemarkten te organiseren, al dan niet expliciet rond bewonersinitiatieven. Daar kun- 
nen initiatiefnemers contacten leggen met andere burgers om hun initiatiefte verbreden. Somszijn initi- 
atiefnemers daar ook zelf goed toe in staat, zoals hetgeval is bij dezeerassertievegroep initiatiefnemers 



van Stadslab in Leiden die hun eigen informatiebijeenkomsten organiseren voorbelangstellenden uitde 
stad. 

Naast relaties met buurtgenoten zijn bij nogal wat initiatieven contacten met instellingen, overheidsdien- 
sten en bedrijven nodig. Sommigegroepen beschikken zelf over dergelijke contacten. Dat is bijvoorbeeld 
hetgeval bij het Stadslab in Leiden. Dedaarbij betrokken burgers zijn zeerwel in staatom zich via hun 
uitgebreide netwerktoegangteverschaffen totde relevante instellingen, bestuurdersen ambtenaren. 
Maar bij de meeste initiatieven is het netwerkvan de betrokkenen minder uitgebreid. Datgeldt bijvoor- 
beeld voorde situatie rond het Kneppelhoutpad. Nietdatde initiatiefnemergeen contacten had, maar 
blijkbaarvond hijgeen meedenkersen doenersop het moment dat het er op aan kwam. Ondersteuners 
moeten in zo'n situatie devrijheid hebben om de helpende hand te bieden. In sommigegemeenten wor- 
den daarnaastook meer beleidsmatige, structured voorzieningen getroffen. 

Een voorbeeld is de 'Beursvloer', zoals die in vele gemeenten in Nederland waaronderZwolle en Deventer 
wordtgeorganiseerd. Daargaat heterniet in deeerste plaatsom onderlinge contacten tussen bewoners 
aan te moedigen. Hierworden vrijwilligersorganisaties samen met het bedrijfsleven uitgenodigd in een 
grote ruimte. Vrijwilligersorganisaties kunnen tevoren kenbaar maken welke ondersteuningze zoeken en 
bedrijven kunnen aangeven welke dienstze in deaanbieding hebben. Zo kan een bedrijf helpen bij het 
maken van voorlichtingsmateriaal, ruimte in bruikleen geven offinancieel advies bieden. De vrijwilligers- 
organisatiedoetookiets terug: een muziekvereniginggeefteen concert, een sportvereniging misschien 
een workshop. 

Organ isaties die regelmatig met initiatieven te maken hebben kunnen werken met een vaste contactper- 
soon, dit biedt initiatiefnemers de broodnodige houvast en voorkomtveel frustratie. Dit hielp enorm in 
Amsterdam, waar in itiatiefnemers zoveel mogelijkgekoppeld waren aan vaste 'participatiemakelaars'. 
Doordestimulerendeaanpakwasdaarookvoldoende personeel inzetbaar. Dit iswellicht lastiger bij een 
faciliterende benadering, omdatergeen constante toe st room van initiatieven isdieom hulp komen vra- 
gen. Een goed plan van (een groep) burgers wordtook nietaltijd direct als burgerinitiatief herkend of 
bestempeld, water mogelijk toe leidtdatveel actieve burgers nietdeondersteuningontvangen die een 
gemeentewel zou willen bieden. Laatstaan dat er een vaste contactpersoon wordtaangewezen. 
Verderhelpt hetom bij functiesdieveel contacten met burgergroepen onderhouden te streven naarper- 
sonele continuiteit. Zo gaan opgebouwde relaties en vertrouwen niet verloren. Personeelsverloop is soms 
onvermijdelijk, maar een zorgvuldige overdracht en duidelijkheid over een nieuwe vaste contactpersoon 
alsaanspreekpunt kan de problemen (deels) ondervangen. Nog een stapverderisom in een gemeente 
met de organ isaties die veelvuldig betrokken zijn bij burgerinitiatieven onderlingafspraken maken over 
een gezamen I ijke contactpersoon ofaccountmanagervooreen of meer initiatieven. 



Ml HI III 



Samenvatting Contacten 



Den ken 



Doen of late n 



Balans: Burgers hun eigen weg laten vinden versus 
structured stimuleren en bevorderen van contacten 

Analytische vragen: 

• Hebben ondersteuners en initiatiefnemers 
behoefte aan beleid en regels op het gebied van 
netwerkvorming? 

• Hoezien de netwerken binnen dewijkofde 
gemeenteeruit? 



Organiseerbijeenkomsten waar initiatiefnemers 
elkaar kunnen vinden en die kunnen dienen als 
broedplaats voor nieuwe initiatieven 
Organ iseerook bijeenkomsten waarin initiatief- 
nemers contacten kunnen leggen met relevante 
instanties en om externe steun te verkrijgen 
Zorgvoorvaste contactpersonen van u it uworga- 
nisatie (eventueel samen met andere instanties) 



Toe rusting 

Voorsuccesvolle initiatieven is adequate toerustingeveneens belangrijk, en ookdaarbij issoms beleids- 
matigeondersteuninggewenst. 

Veel gemeenten, maarook andere organisatieszoalswoningcorporaties, de Rabobank, hetOranjefonds 
en de KoninklijkeNederlandsche Heidemaatschappij, hetvoormalige ministerievan WWI, proberen niet 
alleen animo uitte lokken, maarook burgers betertoete rusten doorbuurtbudgetten, wijkbudgetten, 
vouchers of buurtbonnen beschikbaarte stellen.5 2 

In een aantal gevallen heeftdeondersteuningsregelingeen open karakter, zoals bijvoorbeeld hetgeval is 
metde Buurt-in-Actie(BIA)regelingin Enschede. De BIA-regelingomvatte per jaar 50.000 euro perwijk, 
steeds in vijf Enschedese wijken. Elkjaarwaren vijf andere buurten aan de beurt. De BIA-gelden worden 
verdeeld door projectgroe pen van bewoners, ondersteund door professionals. Zij riepen anderen bewo- 
nersop initiatieven in te dienen en namen bij grote belangstelling besluiten overwiewel of niet middelen 
kreegtoegekend. Het buurtmuseum (zie voorgaande hoofdstukken) heeftgebruikgemaaktvan deze rege- 
ling. 

Het komtvakervoordater beleid matige prioriteiten worden gesteld aan ondersteuningsregelingen. In 
Amsterdam moeten initiatiefnemers bijvoorbeeld een begrotingopstellen, bonnetjes bewaren en een 
verslag metfoto'svan hun initiatief leveren. Ze krijgen in mil daarvoornaafrondingvan hun initiatiefeen 
bewijs dat ze de middelen goed hebben besteed. 

In de gemeentelijke ondersteuningspraktijk ligt er meestal veel accent op financiele ondersteuning via 
regelingen of op basis van ad-hoc bekostiging. Wan neer burgers meer structured verantwoordelijkheden 
opzich willen nemen, dan volstaan dergelijke regelingen niet, omdatzeveelal eenmalig worden toege- 
kend en gerichtzijn op kortlopende, projectmatige initiatieven. Naast financiele ondersteuning kan wor- 
den gedachtaan hettegen geen ofgeringevergoedingterbeschikkingstellen van faciliteiten (bijvoor- 
beeld hetgebruikvan zaalruimteen reprofaciliteiten), of aan personele ondersteuning (het aanleggen 
van groen ofstraatmeubilairof hetonderhoud aan een door een initiatief tot stand gebrachtevoorzie- 
ning). 



52 D. v. Ooijen en A. Vliegenthart (2010), Grote steden kiezen voor herbezinning, innovatie, duurzaamheid en participatie. Analyse en duiding van 
de collegeakkoorden 2010-2014 Nicis institute, Den Haag, p. 21. 



Het is van belangteonderkennen dat nietalle initiatieven in gelijke mate behoefte hebben aan financiele 
ondersteuningOokeen luisterend oor, adviesof het leggen van contacten met bestuurlijke instanties, 
kunnen van belangzijn vooreen goede toerusting.53 Dezevormen van ondersteuning blijken verderniet 
alleen van belangin de eerste fase van het initiatief. Vele initiatiefnemers hebben juist behoefte aan duur- 
zame betrokkenheid.54 

Naast geldelijke en materiele toerusting is ook de ontwikkeling van kennis en vaardigheden (talenten) 
van initiatiefnemers relevant. Denkaan het bevorderen van de uitwisselingvan kennis en ervaringtussen 
initiatieven, of het verse haffen van toegangtotdeskundigadvies. In Enschede heeftde Volksuniversiteit 
sindsenigejaren opdrachtvan degemeentegekregen om zich specifiekte richten op participatie. Daar- 
voorworden maatwerkactiviteiten georganiseerd, meestal voorspecifieke doelgroepen, die het beter 
mogelijkmaken om actiefteworden, bijvoorbeeld in de buurt. Zo isereen time-managementcursus 
gegeven, aandachtvoorsocialeactivering, een assertiviteitscursusen een training netwerken. 
Ten slotte speelt ook de factor tijd een rol. Bij burgerinitiatieven zijn mensen betrokken die naast het 
initiatief ook tal van andere besognes hebben. Hoewel bijna iedereen h et tege n woo rdig steeds dm kker 
lijktte hebben, isertoch veel bereidheid zich in tezetten voordegemeenschap. Organisaties kunnen 
door hun werkwijze aan te passen ertoe bijdragen dat hetvoorinitiatiefrijke burgers makkelijkerwordt 
om deze inzettecombineren met hun dagelijkse leven. Denkdaarbij aan snelheid en slagvaardigheid in 
ambtelijke procedures, en flexibiliteit in de planningvan vergaderingen en de beschikbaarheid van onder- 
steuners. Laatde agenda van burgers niet alleen figuurlijk maarook letterlijk leidend zijn. 



Samenvatting Toerusting 
Den ken 



Doen of late n 



Balans: Vertrouwen opeigen krachtvan burgers 
versus structureel aanreiken van ondersteuning 

Analytische vragen: 

• Hebben ondersteuners en/of initiatiefnemers 
behoefte aan beleid en regels op het gebied van 
geld, tijd en kennis en vaardigheden? 

• Zijn erverschillen tussen buurten wat betreftde 
toerusting van burgers? 

• Zijn erdaardoorverschillen tussen buurten wat 
betreft hetaantal burgerinitiatieven? 



Zorgwaarnodig naast financiele ondersteuning 
ookvoormogelijkheden voor materiele en/of 
personele ondersteuning. 
Zorg bij initiatieven tot het realiseren van 
bepaalde structurele faciliteiten ofvoorzienin- 
gen voorduurzame ondersteuning (denkaan 
structurele bekostigingen onderhoud) 
Maakafspraken overcursussen voor initiatiefne- 
mers en regel toegang tot expertise/advies door 
professionals. 

Laat procedures, planningvan vergaderingen en 
beschikbaarheid ondersteuners optimaal aan- 
sluiten op beschikbaarheid van burgers 



53 M. Hurenkamp, E. Tonkens &J.W. Duyvendak (2006) Wat burgers bezielt. Een onderzoek naar burgerinitiatieven, Amsterdam: Universi- 
teitvan Amsterdam/NICIS Kenniscentrum Grote Steden, p. 61-64. 

54 E. Tonkens & I. Verhoeven (2011) Beujonersinitiatieven: proeftuin voor partnerschap tussen burgers en overheid, Amsterdam: Pallas Publicati- 
ons; E. Tonkens, T. Kampen, M. Ridderhofde Wilde & I. Verhoeven (2011) Abandonment: towards a micro-sociology of interactions between 
volunteers and institutions, Paper presented at the International RC21 conference 2011 The struggle to belong'. Dealing with diversity 
in 21st century urban settings, Amsterdam, 7-9 July 2011. 



Inbedding 

In bedding van burgerinitiatieven speeltzowel binnen organisatiesalstussen organisaties. Detwee 
belangrijksteaandachtspunten voorwat betreftde in bedding van burgerinitiatieven zijn al in de inleiding 
totdit hoofdstukaan de ordegesteld: professionals moeten in staatworden gesteld hun werktedoen, en 
beleid en regels zouden de praktijk moeten volgen. 

Succesvol beleid ten aanzien van burgerinitiatieven isdus in deeerste plaatsdat men ervoorzorgtdatde 
ondersteuners hun werk naarbehoren kunnen doen. Dat betekentdatze in deoverdrachtelijkezin vol- 
doendewerkruimte moeten krijgen; voldoendetijd, bevoegdheden en middelen om ietste kunnen bete- 
kenen. Hierbij is ereen belangrijke rol voor het politiek-bestuurlijk management. Dit moet deze ruimte 
bieden en medewerkers bewust maken van het belang van het soepel inspelen op initiatieven. Verder 
moeten de ondersteuners toegang hebben tot het management om eventuele knelpunten bij de mede- 
werkingaan initiatieven aan deordete kunnen stellen. 

Daarnaast is van belang dat deverleidingwordtweerstaan om vanuit bepaaldevaststaande ideeen een 
algemeen, gedetailleerd beleidskadervoor burgerinitiatieven teontwikkelen. Dat past niet bij deverschei- 
denheid van burgerinitiatieven en verdraagtzich ookslecht met het idee dat burgerinitiatieven van bur- 
gers dienen tezijn en te blijven. Daarom verdienteen pragmatische benaderinggebaseerd opoplossing 
van gesignaleerde knelpunten devoorkeur. Niettemin kan hetzinvol zijn om binnen deeigen organisatie 
en met andere organisaties enige procedurele afspraken te maken. 

Uitonderzoek naarinteractieve beleidsvormingweten we dat het binnen degemeentelijke organisatie van 
belang is om duidelijke afspraken te maken overde in bedding van dezevorm van burgerparticipatie in de 
gangbaregemeentelijke besluitvormingsprocessen. Veel interactieve beleidsvormingsprocessen misluk- 
ken omdat in de beginfasevan het trajectonvoldoende duidelijke afspraken zijn gemaakt over hoe de 
rollen van het college van Burgemeesteren Wethouders en de gemeenteraad zich verhouden totde uit- 
komsten van het participatieproces. Ontbreken die afspraken, dan bestaat het risico dat eerst met burgers 
of maatsc hap pel ijke organisaties afspraken worden gemaakt waarvan later blijkt dat ergeen politiek 
draagvlakvooris.55 | n een aantal gevallen wordtdan door het bestuurteruggekomen opeerdergemaakte 
afspraken en datdoet de relatie burgers-bestuur uiteraard geen goed. Bij bewoners- of burgerinitiatieven 
bestaat een ze I fde risico. Het initiatief kan inhoudelijkstuiten op politiek-bestuurlijke weerstand, blijkt 
niette passen in bestaand beleid, of leidttotongewenste precedentwerking of onacceptabele (financiele) 
risico's. Alseen initiatief wordtgenomen in het kadervan een gemeentelijke regelingzullen hierovermet 
het college en de gemeenteraad mogelijkgenerieke afspraken zijn gemaakt. Die kunnen heldernaar 
burgers en anderen worden gecommuniceerd (zie kader Hengelo). 

Bij spontane initiatieven die niet in een gemeentelijke regelingvallen is het een stuk lastigerom alge- 
mene afspraken te maken waar het bestuur zich aan verbindt. Erblijftdan altijd een zeker risico bestaan 
dat het bestuurterugkomt op eerdergemaakte specifieke afspraken. Ditzou bijvoorbeeld nog kunnen 
gebeuren in Leiden. Daarheeft het bestuur in principec),3 miljoen beschikbaar gesteld voor het Singel- 
parkproject. Alleen kan het bestuur in latere fasen van het planvormingsprocesalsnogopdit besluit 
terugkomen, waardoor het hele project alsnog niet kan doorgaan. Ditzou bijvoorbeeld kunnen gebeuren 
doordegevolgen van de crisis die tot andere financiele afwegingen leiden. Niemand verwachtoverigens 



55 zie Edelenbos, J., P.J. Kloken J. Van Tatenhove (2009) The Institutional Embedding of Interactive Policy Making; Insights From a Compara- 
tive Research Based on Eight Interactive Projects in the Netherlands', The American Review of Public Administration, vol. 39, no. 2: 125-148; Klijn, 
E. H.,J. Edelenbos, etal. (2010). Trust in governance networks', Administration & Society, 42 (2): 193-221. 



Algemene afspraken in Hengelo 

De gemeente Hengelo geeft in een folder bij het aanvraagformuliervoor haar buurtbonnen een aantal 
criteria waaraanvragen aan moeten voldoen: het plan moet passen in hetgemeentelijk beleid en bin- 
nen een of meerderevan devolgendethema'svallen: 

• Actiueren vcmjongeren en allochtonen 

• Maatschappelljk meedoen 

• Ontmoeten 

• Verbeterlng van de \eefomgeu\ng 

De gemeente draagt niet bij aan investeringen die tot meerjarige lasten leiden,en eten en drinken, 
vrijwilligersvergoedingen en onvoorziene kosten mogen nietworden betaald met een buurtbon. Straat- 
feesten mogen niet, buurtfeesten wel. Het idee moetzelfworden uitgevoerd, tenzij dat niet mag, bij- 
voorbeeld inverband metdeveiligheid. 



datditzal gebeuren omdat hetgemeentebestuuren ookde burgemeesterzich nadrukkelijk met het Sin- 
ge I pa rkproject identificeert. 

Deveelheid, varieteit en veranderlijkheid van initiatieven maken waterdichte afspraken onmogelijk. In het 
Hengelosevoorbeeld (pagina52) laatde bepalingdat hetvoorstel moet passen in hetgemeentelijk beleid 
veel ruimte voor interpretatie. Lijken er bij een project in dit opzicht problemen te ontstaan dan is het aan 
de betrokken ondersteunerom ditsnel teonderkennen en een signaal aftegeven zodat in een vroeg sta- 
dium afstemming met college en raad kan plaatsvinden en die kunnen bepalen welke ruimte zewillen 
geven. Wanneer bestuurders of beleidsmakers bepaalde burgerinitiatieven beslist niet willen of kunnen 
honoreren, is het belangrijkdaar vroeg duidelijkheid overte bieden (zieook bij Animo). Kinderspeel- 
plaatsen die niet aan veiligheidsnormen voldoen, ofverkeersingrepen waaraangrenzende buurten last 
van kunnen hebben zijn voorbeelden van initiatieven die in de praktijkal tot pijnlijke situaties hebben 
geleid. Soms komen de autoriteiten in een te laat stadium terugopde steun diezeeerderhadden toege- 
zegd, en worden initiatieven verboden. 

Bij inbeddingvan burgerinitiatieven zou nietalleen aan deeigen organisatie moeten worden gedacht: 
omdat initiatieven een eigen logica hebben en zich niets aantrekken van de verkokeringvan officiele 
instanties, vragen succesvolle initiatieven vaakom afstemming tussen organisaties. Voor burgers isde 
manierwaarop instellingen en instanties hun werkprocessen hebben georganiseerd veelal moeilijkte 
doorgronden. Hierdoor krijgen ze nogal eens hetgevoel van het kastje naarde muurte worden gestuurd, 
ofze krijgen bij uiteenlopende loketten verschillende antwoorden op dezelfde vraag. Datvraagt om 
afspraken tussen organisaties. Die afspraken kunnen globaal zijn, zolanger bij de betrokkenen de bereid- 
heid bestaatom, uitgaandevan hetgemeenschappelijke streven om te komen tot overheidsparticipatie, 
elkaargeen neeteverkopen. In Rotterdam vinden we een mooi voorbeeld; de Munchhausenbeweging5 6 
(zie kaderpagina53). 



56 zie J. Vos (2010) De Miinchhausenbeweging. Beweging voor Ketensamenwerkincj, Kluwer. 



Munchhausenbeweging 

De Munchhausenbewegingis in 2oo4ontstaan toen zes Rotterdamseorganisatiesde handen ineen 
sloegen bij hetontwikkelen van een ketenaanpakvoormensen dieondersteuning behoeven meteen 
heel scalaaan arrangementen, opgebouwd uitwonen, werken, zorgen leren. Met hetoog hierop 
maken de leden van de beweging afspraken over een werkwijze die zich kenmerkt door: 

• Het centraal stellen van de mens met een zijn \nd\v\due\e vraag; 

• Een oploss'mgsgerkhte aanpak, d\e desnoods buiten degebacmde paden treedt en zich niet door beperkingen 
laat afremmen; 

• Onderlinge aanspreekbaarheid op het realiseren van een aanpak van het problemen: op basis van het credo: 
"jouw probleem, is mijn probleem, we zeggen geen neetegen elkaar". 

Vertaald naarde context van burgerinitiatieven zou men in een intentieverklaring ('code of conduct') 
tussen gemeente, corporaties en instellingen kunnen afspreken om uitgaandevan concrete initiatie- 
ven te kiezen vooreen pragmatische, oplossingsgerichte aanpak waarbij men met hetoog op hetsuc- 
ces van het initiatieftegen elkaar en de initiatiefnemers geen "nee" zegten formele systemen aan de 
kantdurfttezetten ten behoevevan het bewonersinitiatief. 



Samenvatting Inbedding 



Den ken 


Doen of laten? 


Balans : Ad-hocbeleid of procedurele kaderstel- 


• Draagzorgvoorvoldoende 'werkruimte' voorde 


ling? 


ondersteuners en wees aanspreekbaarals zich 




knelpunten voordoen 


Analytische vragen: 


• Formuleerniettesnel ondersteuningsbeleid, 


• Hebben ondersteuners of initiatiefnemers 


hanteer pragmatische knelpuntenbenadering. 


behoefte aan beleid, regels e.d. om de procedu- 


• Maak heldere afspraken over rol van het college 


res voorsteun aan burgerinitiatieven te stroom- 


van Burgemeesteren Wethouders en degemeen- 


lijnen? 


teraad bij burgerinitiatieven (zeker bij coproduc- 


• Is er behoefte aan inhoudelijke in bedding en 


tie) 


afstemming? 


• Maak afspraken met andere relevante organ isa- 


• Bestaan eronnodige beperkingen die burgerini- 


tiesoverinspelen op burgerinitiatieven 


tiatieven kunnen hinderen? 


• Wees duidelijk over regelgeving die beperkingen 




oplevertvoorbewonersinitiatieven 



Em path ie 



Waarmedewerkersvan organ isaties nogzouden kunnen den ken: "Ach, het isalleen maareen extra verga- 
dering!", is het voor burgers veel eerderfrustrerend wanneerbureaucratievertragend werkt. Ontbreekt het 
uitzichtop succesdan isde kansaanwezigdat men snel afhaakt. Het is van belangzoveel mogelijkte 
voorkomen datdeverwachtingen van burgers worden gefrustreerd. Daarom is de eerdergenoemde duur- 
zame betrokkenheid van belang. Binnen de organisatie moet de bereidheid bestaan om slagvaardig en 



flexibel in te spelen op initiatieven, ook als die niet direct aansluiten op regels en routines. Management 
en bestuurvan organisaties hebben hierbij een bijzondereverantwoordelijkheid. Deondersteunerzou 
uitdrukkelijkmoeten worden uitgenodigd om bij knelpunten zijn of haar management tewijzen opde 
problemen (zie 'Inbedding'). Bovendien zouden vanuiteen gezamenlijke betrokkenheid bij burgerinitia- 
tieven ook organisaties elkaaronderling moeten kunnen aanspreken ("Jouw probleem, is mijn probleem! 
Wezeggen geen neetegen elkaar". Vergelijkde Munchhausenbeweging). 

Ten slotte is hetvan belangdat binnen deorganisatievoldoende begripen inlevingsvermogen bestaat 
waardoormen in staat iszich teverplaatsen in de leefwereld van burgers. Wan neer professionals meeden- 
ken vanuit het perspectiefvan de bewoners is hetveel beter mogelijkom verwachtingen en emotieste 
duiden. Uiteindelijkzit hetdaarvoornodigeempathisch vermogen 'tussen deoren' en dat laatzich 
natuurlijk moeilijkerorganiseren dan een nieuwe subsidieverordening. Het is een kwestievan organ isa- 
tiecultuur. Maardat betekent niet dat er geen mogelijkheden zijn om binnen de organ isatie meer begrip 
en inlevingsvermogen voor burgerinitiatieven te bevorderen. Een manierdaarvoor is bijvoorbeeld om 
period iek burgers uitte nodigen om op basis van hun eigen concrete ervaringen rond initiatieven te laten 
vertellen hoewordtaangekeken tegen de werkwijze van overheid en instellingen. Een andere manierisom 
de uitvoerende ondersteunende professional samen met collega's die hij of zij voorde ondersteuning 
nodig heeft geregeld werkbezoeken te laten afleggen aan initiatieven. Alle vormen die contact leggen 
tussen de systeemwereld van de bureaucratische organisatie en de leefwereld van initiatiefnemers zijn toe 
tejuichen, omdatze kunnen helpen bij hetontwikkelen van meer em path isch vermogen binnen de orga- 
nisatie. 



Samenvatting Empathie 
Den ken 



Doen of laten 



Balans: Kaders versus cultuur. 

Formeel correct versus meelevend en inlevend. 

Analytische vragen: 

• Heerstin uw organisatie een houdingen sfeer 
die bevorderlijk is voor bewonersinitiatieven? 

• Hoe kan de cultuuraangepast worden ten 
behoeve van een grotere rol voor bewoners? 

• Welke aanpassingen in regels en structuren zijn 
hier voor nodig? 



Het management promoot het belangvan bur- 
gerinitiatieven binnen alle geledingen van de 
organisatie 

De organisatie bevordert informele contacten 
met initiatiefnemers en ondersteuners 
De bevoegdheden van medewerkers bieden vol- 
doende ruimte om in te kunnen spelen op initia- 
tieven 

Ondersteunende professionals kunnen rekenen 
op back-up vanuit hun organisatie 




Platform3i 
Postbus 30833 
2500 GV Den Haag 
info(a) pi atform31.nl 
www.platform31.nl 
T070 3028484 



_PLATF0RM3L